50FK-05U
Afdrukken zijn vaag
Mogelijke oorzaak: u gebruikt niet het juiste papier of de tonercassettes zijn bijna leeg. Controleer de volgende punten.
Gebruikt u geschikt papier?
Controleer het papier dat u kunt gebruiken en druk af met geschikt papier. Geef ook de instellingen voor het formaat en type papier goed op.
Is de afdruk vaag of ongelijk in dichtheid, afhankelijk van het papiertype of de omstandigheden van de omgeving?
Verander de instelling van <Fixatieverbetering>. Misschien kunt u dit verhelpen door de modusinstelling te veranderen.
OPMERKING
Als u <Aan> kiest, kunnen in witte gedeelten zogenaamde spookbeelden verschijnen.
Wordt het apparaat gebruikt in een omgeving waar de temperatuur snel en sterk verandert?
Als er snelle temperatuurveranderingen optreden in de omgeving van het apparaat, kan condensatie optreden, wat leidt tot vage of 'doorlopende' afbeeldingen en tekst. Als <Vochtverwijdering> is ingesteld op <Aan>, wordt condens binnen het apparaat verwijderd. Afhankelijk van de temperatuurverandering kan condens automatisch worden veranderd.
BELANGRIJK
Als het condens is verwijderd, gaat het afdrukken misschien niet goed, en kan er leeg papier worden 'geproduceerd'.
Als u instelt op <Aan>, moet u het apparaat AAN laten om het effect van condensverwijdering te behouden.
Als u <Aan> kiest, wordt de instelling van automatisch uitschakelen gedeactiveerd.
Is de tonercartridge bijna leeg?
Controleer hoeveel toner er nog in de tonercartridges zit en vervang zo nodig de tonercartridges.
Onafhankelijk van het weergegeven tonerniveau kan de tonercartridge het einde van zijn levensduur hebben bereikt, tengevolge van de omgevingscondities en de versleten materialen in de cartridge. Vervang de tonercartridge.
Zijn de afdrukken onmiddellijk na het vervangen van de tonercartridge vaag?
Onmiddellijk nadat tonercartridges zijn vervangen door nieuwe, kunnen de afdrukken vaag zijn. In dat geval kunt u het probleem mogelijk verhelpen door <Vage afdr. na vervanging cartr. vermind.> in te stellen op <Aan>.
OPMERKING
Als u instelt op <Aan>, wordt deze instelling van kracht nadat u de tonercartridges hebt vervangen.
Onmiddellijk na het vervangen van de tonercartridges duurt het even voordat de toner gelijkmatig binnen de cartridge wordt verdeeld.