Plaatsen van originelen

Plaats uw originelen afhankelijk van het formaat en type, en de functies die u wilt gebruiken op de glasplaat of in de aanvoer.
Glasplaat
Plaats de originelen op de glasplaat wanneer u een ingebonden origineel (zoals boeken en tijdschriften), dikke of dunne originelen en transparanten wilt scannen.
Invoerlade (optioneel voor de imageRUNNER 2525/2520)
Plaats de originelen in de aanvoer wanneer u meerdere originelen tegelijk wilt scannen en druk op (Start). De machine voert de originelen automatisch naar de glasplaat om ze te scannen. In de modus 2-Zijdig kunnen dubbelzijdige originelen ook automatisch worden omgedraaid en gescand als dubbelzijdige documenten.

Documentformaten

Tijdens het scannen detecteert de machine automatisch het formaat van het origineel. Wanneer u een document faxt, is het faxapparaat van de ontvanger wellicht niet in staat de ontvangen gegevens af te drukken op papier van hetzelfde formaat als het gescande document. In dat geval wordt de originele afbeelding ofwel verkleind of in kleinere delen verdeeld voordat het wordt verzonden.
De machine kan niet altijd het formaat van het origineel vaststellen, vooral bij niet-standaard papierformaten zoals boeken. In zo'n situatie dient u het formaat van het te scannen origineel handmatig aan te geven.

Afdrukstand

U kunt een origineel verticaal (portret) of horizontaal (landschap) plaatsen. Wanneer u de glasplaat gebruikt, plaats de linker bovenhoek van het origineel (beeldzijde omlaag) tegen de hoek van de glasplaat. De hoek wordt aangegeven met een pijl. Als u de invoerlade gebruikt, legt u de bovenrand van uw origineel (met de afdrukzijde omhoog) tegen de achterrand van de invoerlade.
Glasplaat (gezien vanaf bovenzijde)
Verticale plaatsing
Horizontale plaatsing
Invoerlade (gezien vanaf bovenzijde)
Verticale plaatsing
Horizontale plaatsing
N.B.
Als de linker bovenhoek (omlaag) niet tegen de linker bovenhoek van de glasplaat wordt geplaatst, wordt het origineel wellicht niet juist gescand.
A4- en A5-originelen kunnen zowel verticaal als horizontaal worden geplaatst. De scansnelheid zal bij horizontaal geplaatste originelen iets lager zijn dan bij verticaal geplaatste originelen. Plaats originelen horizontaal wanneer u afdrukt met een vast zoompercentage, zoals bij het vergroten van een A4-origineel op A3-papier. (Basisfuncties voor kopiëren)
Horizontaal geplaatste A4- en A5-originelen worden aangeduid met respectievelijk A4R en A5R.
A3-originelen dienen horizontaal te worden geplaatst.
Om bij gebruik van de aanvoer dezelfde uitvoeroriëntatie te krijgen als wanneer het origineel op de glasplaat is geplaatst, plaatst u het origineel omgekeerd en met de tekstzijde omhoog. Als echter in de Nieten-modus niet het juiste formaat papier is geplaatst, zal de uitvoer automatisch worden geroteerd.

Glasplaat

U dient de glasplaat te gebruiken wanneer u een ingebonden origineel (zoals boeken en tijdschriften), dikke of dunne originelen en transparanten wilt scannen. Wanneer u ID-kaarten kopieert met de functie ID-kaart kopie, dient u de glasplaat te gebruiken. (Geavanceerde kopieerfuncties)
1
Open de aanvoer/het kopieerdeksel.
2
Plaats uw originelen met de bedrukte zijde omlaag.
De zijde die u wilt kopiëren, dient met de tekstzijde omlaag te zijn geplaatst. Plaats de linker bovenhoek van het origineel tegen de hoek van de glasplaat die wordt aangegeven met een pijl.
Plaats boeken en andere ingebonden originelen op dezelfde manier als bovenstaand beschreven op de glasplaat.
N.B.
Wanneer u een A4- of A5-origineel vergroot naar A3, plaatst u het origineel horizontaal op de glasplaat en tegen de A4R- of A5R-markeringen.
3
Sluit voorzichtig de aanvoer/het kopieerdeksel.
Sluit de aanvoer/het kopieerdeksel voorzichtig om te voorkomen dat uw handen bekneld raken.
Druk nooit hard op de aanvoer/het kopieerdeksel wanneer u de glasplaat gebruikt. Hierdoor kan de glasplaat beschadigd raken, met lichamelijk letsel als gevolg.
Open de aanvoer/het kopieerdeksel en verwijder het origineel van de glasplaat zodra het scannen is voltooid.
N.B.
De machine detecteert automatisch het formaat van A4-, A4R-, en A3-originelen (en A5-originelen die worden geplaatst op de imageRUNNER 2545i). Als het formaat van het origineel niet wordt gedetecteerd, drukt u op (Start) → volg de instructies op het scherm om het formaat van het origineel op te geven. U kunt ook handmatig het papierformaat selecteren. (Basisfuncties voor kopiëren)

Invoerlade

Gebruik de aanvoer wanneer u meerdere originelen tegelijk wilt scannen. De machine voert de originelen automatisch naar de glasplaat om ze te scannen. Als u in de modus Dubbelzijdig scant, kunnen dubbelzijdige originelen ook automatisch worden omgedraaid en gescand als dubbelzijdige documenten.
Originelen die in de aanvoer worden geplaatst, moeten voldoen aan de onderstaande vereisten.
Formaat
A4, A4R, A3, A5 en A5R
Gewicht
imageRUNNER 2545i en DADF-AA1:
Eenzijdig: 42 t/m 128 g/m2
Tweezijdig: 50 t/m 128 g/m2
Gekleurd: 64 t/m 128 g/m2
imageRUNNER 2530i en DADF-AB1:
52 t/m 105 g/m2 (37 t/m 52 g/m2 en 105 t/m 128 g/m2 bij scannen van een document dat uit één pagina bestaat)
BELANGRIJK
De invoerlade (DADF-AB1) is optioneel voor de imageRUNNER 2525/2520. (Invoerlade (DADF-AB1))
Plaats nooit de volgende typen originelen in de aanvoer.
Originelen met scheuren, vijf of meer inbindgaten, of knipsels
Originelen die sterk zijn omgekruld of originelen met scherpe vouwen
Gekreukelde originelen
Geniete originelen of originelen met paperclips
Tabbladen
Originelen met plakband of lijm
Originelen die aan elkaar zijn geplakt
Originelen met carbonrug of een ruw oppervlak
Transparanten en andere doorzichtige originelen
Als hetzelfde origineel meerdere keren door de aanvoer is verwerkt, kan het origineel vouwen of kreukelen, waardoor het niet langer kan worden aangevoerd. Beperk het herhaaldelijk invoeren tot een maximum van 30 keer. (Dit aantal kan variëren en is afhankelijk van het type en de kwaliteit van het origineel.)
Reinig de aanvoer regelmatig. (Scangedeelte van de aanvoer en rollen) De aanvoerrollen kunnen vies worden als originelen worden gescand waar met potlood op is geschreven.
Strijk vouwen in uw originelen altijd vlak voordat u ze in de aanvoer plaatst.
Stel de originelen een voor een in wanneer u zeer dunne (37 t/m 52 g/m2) of zeer dikke (105 t/m 128 g/m2) originelen scant met de invoerlade van de imageRUNNER 2530i of de optionele invoerlade (DADF-AB1).
1
Stel de geleiders in op het formaat van uw originelen.
2
Plaats uw originelen met de te scannen zijde naar boven in het originelenblad.
Plaats uw originelen zo ver mogelijk in de aanvoer.
Zorg dat de stapel papier niet hoger is dan de vullimiet ( of ).
Plaats uw vingers niet in de openingen rond het originelenblad, omdat uw vingers dan bekneld kunnen raken.
BELANGRIJK:
Laat geen voorwerpen zoals paperclips in de openingen vallen. U voorkomt hiermee beschadiging van de machine en de kans op storingen.
BELANGRIJK:
Tijdens het scannen dient u geen originelen toe te voegen of te verwijderen.
Zodra het scannen is voltooid, verwijdert u de originelen van het originelen opvangblad om papierstoringen te voorkomen.
Plaats geen voorwerpen op het originelenblad. Als het opvangblad wordt geblokkeerd, kunnen de originelen die door de aanvoer worden verwerkt beschadigen, of kan het papier vastlopen.
N.B.
De gescande originelen worden uitgevoerd in de volgorde waarin ze door de aanvoer zijn verwerkt.
Wanneer u een A4 of A5 origineel vergroot op A3 papier, plaatst u het origineel horizontaal.
U kunt originelen met verschillende formaten tegelijk in de aanvoer plaatsen als u de modus Verschillende origineelformaten instelt. (Geavanceerde kopieerfuncties, Opgeven van de scaninstellingen)
4HYC-00W