Een IP-adres instellen

Om de machine op een netwerk aan te sluiten, is een uniek IP-adres in het netwerk nodig. De machine ondersteunt twee versies IP-adressen: "IPv4" en "IPv6". Stel ze in voor gebruik in uw omgeving. U kunt IPv4 of IPv6 gebruiken. U kunt beide ook tegelijkertijd gebruiken.
Als een verbindingsmethode met een hoofdlijn en een sublijn wordt geselecteerd in <Selecteer interface>, geeft u het IP-adres van de sublijn op in <Instellingen IP-adres> in <Instellingen sublijn>.
829A-046