Instellingenscherm en bewerkingen voor scannen om op te slaan

Wanneer u op <Scannen en opslaan> drukt in het <Home> en vervolgens op <Postbus>, <Geavanceerde ruimte>, <Netwerk> of <Geheugenmedia> drukt om originelen te scannen, wordt het volgende instellingenscherm weergegeven.

Opslaglocatie

Postvak, Geavanceerde ruimte, netwerk of  geheugenmedia wordt weergegeven.
Van het postvak wordt het nummer en de naam naast het pictogram weergegeven.
Van Geavanceerde ruimte/netwerk/geheugenmedia wordt het mappad naast het pictogram weergegeven.

Druk op dit pictogram om de huidige instellingen te registreren in <Favorieteninstellingen> van  of in de persoonlijke knop/gedeelde knop. Veelgebruikte instellingen en bestemmingen opslaan als persoonlijke/gedeelde knoppen op het <Home>-scherm

Huidige instellingenstatus en -knoppen

Geeft de instellingenstatus, zoals resolutie, vergroting en scanformaat, weer. Controleer de instellingen om goed te kunnen scannen. Om de instellingen te wijzigen, drukt u op de knop onder het weergavegedeelte. Voor meer informatie over bestandsindelingen raadpleegt u Systeemopties.
U kunt de kleurmodus voor scannen selecteren door op <Selecteer kleur> te drukken. U kunt de volgende scaninstellingen selecteren.
Postvak: <Auto (Kleur/Z&W)>, <Full colour>, <Zwart-Wit>
Anders dan Postvak: <Auto (Kleur/Grijs)>, <Auto (Kleur/Z&W)>, <Full colour>, <Grijstint>, <Zwart & Wit>
Afhankelijk van de toestand van het gekleurde origineel kan dit mogelijk als zwart-wit worden gedetecteerd bij het scannen, zelfs wanneer u <Auto (Kleur/Grijs)> of <Auto (Kleur/Z&W)> instelt. Om dit te voorkomen, stelt u de kleurmodus in op <Full colour>.
U kunt het zoompercentage instellen op 100% door op <1:1> te drukken.
U kunt het zoompercentage opgeven om het scanformaat te vergroten/verkleinen door op <Zoompercentage> te drukken.
Wanneer het formaat van het origineel niet kan worden gedetecteerd met <Auto>, of wanneer u een specifiek formaat dient op te geven, drukt u op <Scanformaat> en geeft u het formaat op van het origineel dat moet worden gescand.
Stel <Resolutie> in op hoog als u het origineel duidelijk wilt scannen en stel <Resolutie> in op laag als u de bestandsgrootte wilt verkleinen. U kunt de volgende resoluties selecteren.
Anders dan Postvak: Zie "Resolutie voor scannen" in "Push-scannen". Verzendfuncties
Voor Postvak staat de resolutie vast op 600 dpi x 600 dpi.
Druk op <Bestandsindeling> wanneer u de gescande gegevens wilt converteren naar een digitaal bestand zoals PDF. U kunt de bestandsindeling waarnaar u wilt converteren, selecteren afhankelijk van uw doelen en gebruiksomgeving.

<Favorieteninstellingen>

Registreer veelgebruikte scaninstellingen van tevoren hier om ze gemakkelijk op te roepen wanneer ze nodig zijn.

<Standaardinst. herstellen>

Hiermee worden de scaninstellingen gewijzigd in instellingenwaarden die zijn opgeslagen bij <Wijzig standaardinstellingen>.  <Wijzig standaard instellingen>

<Opties>

Hiermee kunt u instellingen van functies opgeven die niet worden weergegeven bij /. Voor meer informatie over elke instelling raadpleegt u Opties.

Functie-instellingenknoppen

Geeft de meest gebruikte knoppen weer. De instellingenstatus wordt weergegeven op de knoppen. Om de instellingen te wijzigen, drukt u op de gewenste knop.
Als u op <Type origineel> drukt, kunt u de scanmodus handmatig selecteren volgens het type van de originelen, zoals materialen met alleen letters en tijdschriften met foto's. Om het prioriteitsniveau voor het bewerken van tekst/foto aan te passen, drukt u op <Aanpassen niveau> selecteer <Tekstprioriteit> of <Fotoprioriteit>.
Als u op <Densiteit> drukt, kunt u de densiteit van het origineel aanpassen.
Als u op <2-zijdig origineel> drukt, kunt u automatisch de voor- en achterzijde van het origineel scannen.

<Bestandsnaam>

Druk hierop om voor het opslaan een bestandsnaam toe te wijzen aan een bestand.
De volgende tekens kunt u niet in een bestandsnaam gebruiken: \ / : , * ? " < > |. U kunt ook geen . (punt) of spatie gebruiken voor het eerste of laatste teken van een bestandsnaam.
Als u niets opgeeft, worden de opgeslagen datum en tijd automatisch toegewezen als bestandsnaam. Als een bestand, bijvoorbeeld, wordt opgeslagen als JPEG om 1:05:12 p.m. op 30 oktober 2015, wordt de naam "20151030130512.jpeg".
Als een bestandsnaam te lang is, kan de tekenreeks (pad) die de bestandslocatie aangeeft, het maximum van 256 tekens overschrijden, waardoor het bestand niet kan worden opgegeven.
Als u een bestandsnaam invoert die al op een opslaglocatie bestaat, wordt aan de bestandsnaam (1) tot (9) toegevoegd, bijvoorbeeld, "a(1).pdf" (behalve bij bestanden in het postvak).
Als <Verdeel in pagina's> is geselecteerd bij het opgeven van de bestandsindeling, wordt aan het eind van een bestandsnaam een paginanummer van drie cijfers toegevoegd. Voor een bestand met de naam "a.pdf", bijvoorbeeld, wordt het bestand bij opslag verdeeld in "a_001.pdf", "a_002.pdf" en "a_003.pdf".

<Annuleren>

Hiermee worden scaninstellingen geannuleerd, en gaat u terug naar het scherm voor het selecteren van bestanden.
Het aantal resterende pagina's wordt weergegeven als een paginalimiet is ingesteld met afdelings-ID-beheer. Zie voor informatie over het instellen van afdelings-ID-beheer en paginalimieten De afdelings-ID-beheerinstellingen configureren.
829A-0EC