<Aanpassen beeldkwaliteit>

Dit gedeelte beschrijft hoe u de beeldkwaliteit kunt aanpassen voor afdrukken.
<Afdrukpositie aanpassen>
<Instellen>  <Aanpassen/Onderhoud>  <Aanpassen beeldkwaliteit>
U kunt de afdrukpositie aanpassen wanneer de afdrukken scheef zijn of uit het afdrukbereik steken. De afdrukpositie aanpassen
<Preventiemod. Waterdruppelpatroon>
<Instellen>  <Aanpassen/Onderhoud>  <Aanpassen beeldkwaliteit>  <Speciale verwerking>
U kunt <Preventiemod. Waterdruppelpatroon> instellen voor wanneer er spetters, witte plekken, strepen, enz. verschijnen op de afbeeldingen met grijstinten van dubbelzijdige afdrukopdrachten. Stel deze modus in op <Aan> onmiddellijk nadat u de machine inschakelt in een omgeving met lage temperatuur, als de weergave van de afdruk in grijstinten aanzienlijk verschilt van het originele document.
<Modus preventie beslaan>
<Instellen>  <Aanpassen/Onderhoud>  <Aanpassen beeldkwaliteit>  <Speciale verwerking>
Als u de machine gebruikt in een omgeving met lage luchtvochtigheid, wordt de toner mogelijk lichtjes toegepast op een gebied dat onbedrukt hoort te zijn (wit gebied). U kunt dit probleem oplossen door <Modus preventie beslaan> in te stellen op <Aan>.
<Fixeerniveau voor enveloppen aanpassen>
<Instellen>  <Aanpassen/Onderhoud>  <Aanpassen beeldkwaliteit>  <Speciale verwerking>
Wanneer u afdrukt op enveloppen en de flappen zijn gelijmd (hoewel dit niet zo hoort te zijn) of de toner wordt slecht gefixeerd, dan kunt u het fixeerniveau aanpassen.
<Corr. fix. voor opdr. met PT (Dik 4)>
<Instellen>  <Aanpassen/Onderhoud>  <Aanpassen beeldkwaliteit>  <Speciale verwerking>
Deze modus verbetert het afdrukresultaat wanneer de afbeelding vaag is omdat er te weinig toner op het papier is gefixeerd.
<Dichtheid aanpassen voor spec. papier>
<Instellen>  <Aanpassen/Onderhoud>  <Aanpassen beeldkwaliteit>
Naarmate een tonercartridge langer wordt gebruikt, kunnen afdrukken op bepaald papier vaag worden. Deze instelling kan dit probleem verbeteren.
93WS-07A