De juiste papierbron gebruiken voor elke functie

Als u afdrukt zonder de papierbron op te geven, selecteert het apparaat automatisch de papierbron volgens het formaat van het te bedrukken papier. Bovendien: als het papier tijdens het afdrukken opraakt, selecteert de machine automatisch een andere papierbron met hetzelfde papierformaat om door te gaan met afdrukken.
U kunt de juiste papierbron gebruiken door de papierbron in te stellen die automatisch voor iedere functie wordt geselecteerd, zoals kopiëren, afdrukken en faxen ontvangen.
In deze sectie leert u hoe u met Remote UI (UI op afstand) vanaf een computer de instellingen kiest.
Selecteer op het bedieningspaneel [ Instellingen/Registratie] in het scherm [Home] of ander scherm en selecteer vervolgens [Functie-instellingen] om de instellingen te configureren. [Instellingen Papierinvoer]
1
Log in op Remote UI (UI op afstand). De Remote UI (UI op afstand) starten
2
Klik op de Portal-pagina van Remote UI (UI op afstand) op [Settings/Registration]. Remote UI (UI op afstand)-portaalpagina
3
Klik op [Common Settings] [Paper Source Auto Selection].
Het scherm [Paper Source Auto Selection] wordt weergegeven.
4
Schakel in [Paper Source Auto Selection] het selectievakje in van de papierbron voor automatische selectie.
Kies deze instelling voor iedere functie. [Other] is de papierbron voor het afdrukken van rapporten en lijsten.
Voor iedere functie moet één van de papierladen worden ingesteld voor automatische selectie. U kunt de multi-purpose tray niet alleen instellen voor automatische selectie.
Bij het configureren van [Copy]
Bij het configureren van [Printer]
5
Klik op [OK].
De instellingen worden toegepast.
6
Uitloggen van Remote UI (UI op afstand).
N.B.
De papierbron kan niet automatisch worden geselecteerd wanneer de volgende instellingen zijn geconfigureerd:
Automatische kopieerverhouding
N op 1, ID-kaart kopie
E6LC-04A