Basisbewerkingen voor kopiëren

In dit gedeelte worden de basisbewerkingen voor kopiëren beschreven.
1
Plaats het origineel. Originelen plaatsen
Als <Automatisch sorteren> is ingesteld op <Aan>, wordt de modus Sorteren automatisch ingesteld zodra u uw originelen in de aanvoer plaatst. <Automatisch sorteren>
2
Druk op <Kopie>. Het scherm <Home>
3
Voer het aantal kopieën in met de numerieke toetsen op het scherm met basisfuncties voor kopiëren. Scherm met basisfuncties voor kopiëren
4
Geef de gewenste kopieerinstellingen op.
Kopieën vergroten of verkleinen
Kopieerpapier selecteren
2-zijdig kopiëren
Beeldkwaliteit van kopieën aanpassen
Controleer eerst de instellingen voordat u gaat kopiëren
5
Druk op  (Start).
Het kopiëren wordt gestart.
Om het kopiëren te annuleren drukt u op <Annuleren> of  (Stop). Kopiëren annuleren
Als u tijdens het kopiëren op of drukt, kunt u de densiteit aanpassen.
Wanneer <Druk op [Start] om volgende origineel te scannen.> wordt weergegeven
Een kopie reserveren
Scannen kan vooraf worden uitgevoerd, zelfs als de machine wordt voorbereid op afdrukken of bezig is met afdrukken. Deze functie wordt "Gereserveerde kopie" genoemd. Als u bijvoorbeeld een gereserveerde kopie wilt uitvoeren terwijl het afdruk- of wachtscherm wordt weergegeven, drukt u op <Sluiten>, geeft u de kopieerinstellingen op de gebruikelijke wijze aan en drukt u op  (Start).
U kunt maximaal 50 opdrachten reserveren, inclusief de huidige opdracht. Interruptiekopieën worden niet meegeteld.
EC6J-04Y