Een verbinding tot stand brengen door gedetailleerde instellingen op te geven

Als u gedetailleerde beveiligingsinstellingen wilt opgeven of geen draadloze verbinding tot stand kunt brengen via de andere procedures, kunt u alle benodigde gegevens voor de draadloze verbinding ook zelf invoeren. Voorafgaand aan het bevestigen informatie opschrijven over uw SSID, netwerksleutel, beveiligingsnorm of verificatie-/versleutelingsmethode method, etc. De SSID en netwerksleutel controleren
1
Selecteer <Inst.> op het <Home> scherm. Scherm<Home>
2
Selecteer <Voorkeuren>  <Netwerk>  <Instellingen draadloos LAN>  <SSID-instellingen>.
3
Druk op <Handmatig invoeren>  voer de SSID in die u hebt gecontroleerd.
Voer de SSID in en selecteer <Toepassen>.
Voor instructies over het invoeren van tekst, zie Tekens invoeren.
4
Geef de beveiligingsinstellingen op bij <Beveil.instellingen>.
WPA-PSK, WPA2-PSK of WPA3-SAE gebruiken
1
Selecteer <WPA/WPA2-PSK>, <WPA2-PSK/WPA3-SAE> of <WPA3-SAE>.
2
Selecteer een encryptiemethode.
Om de machine zo in te stellen dat AES-CCMP automatisch worden geselecteerd voor instelling van de draadloze router, drukt u op <Auto>.
Als u <WPA3-SAE> hebt geselecteerd in stap 1, gaat u verder naar de volgende stap.
3
Voer de netwerksleutel in die u hebt gecontroleerd.
Voer de netwerksleutel in, en selecteer <Toepassen>.
WPA-EAP, WPA2-EAP of WPA3-EAP gebruiken
1
Selecteer <WPA/WPA2-EAP>.
2
Selecteer <Ja> op het bevestigingsscherm.
5
Selecteer <Ja> op het bevestigingsscherm.
 Wanneer de draadloze-LAN-router wordt gedetecteerd en de configuratie is voltooid, wordt het scherm <Verbonden.> weergegeven.
EJY5-02E