. Scherm [Start]
[Nieuwe best. in het adresboek registr.]
.
.
[Fax]
.
te drukken, en druk vervolgens op [<Toepassen>]
.
te drukken, en druk vervolgens op [<Toepassen>]
.
om een pauze toe te voegen. U kunt de lengte van de pauze instellen. [Stel pauzeduur in]
en voert u de driecijferige code voor verkort kiezen in met behulp van de numerieke toetsen.
1 | Druk op [Faxnummer] [<Details>] . |
2 | Stel de items in, en druk op [<Toepassen>] .[ECM TX]*1 Als er een fout optreedt voor een afbeelding die wordt verzonden, corrigeert het apparaat de afbeelding zodat geen beschadigde afbeelding wordt verzonden. [TX-snelheid]*1 Als het lang duurt voordat het verzenden van een fax start, bijvoorbeeld vanwege een slechte telefoonverbinding, verlaagt het apparaat de startsnelheid voor de communicatie. [Interlokaal] Als er een communicatiefout optreedt wanneer u een fax naar een internationale bestemming verzendt, selecteer dan [Internationaal (1)]. Als dat de fout niet wegneemt, selecteer dan [Internationaal (2)] en vervolgens [Internationaal (3)]. *1 Als dat hier niet is ingesteld, worden de instellingen toegepast die verschijnen na het selecteren van [Menu] op het scherm [Start] en vervolgens het selecteren van [Functie-instellingen]. [ECM TX] [TX startsnelheid] |
3 | Druk op [<Toepassen>] . |
.![]() |
Een bestemming registreren uit het Opdrachtlogboek voor Verzenden van een faxtaakNaast het oproepen van het Opdrachtlogboek voor Verzenden uit het adresboek kunt u ook bestemmingen uit het Opdrachtlogboek voor Verzenden van een faxtaak registreren in het adresboek. Status en logboek voor verzonden en ontvangen faxen controleren |