Aandachtspunten voor het Canon Generic PCL6-stuurprogramma
Om deze printer te kunnen gebruiken, moet u eerst het gebruikte type printer en de op de printer geïnstalleerde opties instellen op het tabblad [Apparaatinstellingen] in het dialoogvenster met printereigenschappen. Als u in het printerstuurprogramma opties selecteert die niet beschikbaar zijn voor de gebruikte printer, kan dit leiden tot onbedoelde afdrukresultaten.
Als u een papierbron selecteert die niet geïnstalleerd is op de printer, zal er papier aangevoerd worden via de voorkeurspapierbron van de printer.
Als de ingestelde papierbron en het papierformaat/-type niet overeenstemmen, zal er zich een fout voordoen.
Als u dubbelzijdig afdrukken opgeeft voor een printer die hiervoor geen ondersteuning biedt, zal het document slechts op één zijde van het papier afgedrukt worden.
Als u nieten opgeeft voor een printer die hiervoor geen ondersteuning biedt, zal het document ongeniet afgedrukt worden.
Als u inbinden met nietjes opgeeft voor een printer die hiervoor geen ondersteuning biedt, zal het document zonder inbinding met nietjes afgedrukt worden.
Als u [Uitvoermodus] - [Opslaan] selecteert wanneer u afdrukt vanaf een printer die geen ondersteuning biedt voor postbusopslag, zal het document normaal afgedrukt worden. Als er een fout weergegeven wordt op het aanraakscherm van de printer en de printer offline gaat, wordt het document afgedrukt zodra de printer opnieuw online is.
Als u de functie Beheer afdelings-id opgeeft voor een printer die niet over deze functie beschikt, zal er zich een fout voordoen.
Afhankelijk van de gebruikte printer kan het afdrukken in de volgende gevallen langer duren.
Als u de staande afdrukstand opgeeft maar afdrukt vanaf een A4-papierbron (liggend).
Als u de liggende afdrukstand opgeeft maar afdrukt vanaf een A4R-papierbron (staand).
Als u een liggende afdrukstand opgeeft voor A3-papier.
Als u afdrukken in kleur selecteert voor een zwart-witprinter, zal het document in zwart-wit afgedrukt worden maar is het mogelijk dat de afdrukkwaliteit erop achteruitgaat en het afdrukken langer duurt.
Als er functies die niet ondersteund worden door dit printerstuurprogramma ingesteld zijn via het bedieningspaneel van de gebruikte printer, zijn de printerinstellingen toch geactiveerd tijdens het afdrukken. Voorbeeld: als de functie voor het invoegen van een blad papier tussen transparanten ingeschakeld is op de printer, wordt er tijdens het afdrukken telkens tussen twee transparanten een blad papier ingevoegd, en als de functie voor kopiesetnummering ingeschakeld is op de printer, zal het document afgedrukt worden met kopiesetnummering.
Afhankelijk van de gebruikte printer en optie is het mogelijk dat een geïnstalleerde optie niet herkend wordt als u [

] (Apparaatstatusgegevens ophalen) uitvoert bij [Apparaatinstellingen]. Om een optie beschikbaar te maken voor gebruik, specificeert u de optie-instellingen handmatig op het tabblad [Apparaatinstellingen].