
).
![]() |
Prioriteit van instellingenAls er een afdrukinstelling is opgegeven van zowel het printerstuurprogramma als het bedieningspaneel van het apparaat, heeft de instelling van het printerstuurprogramma voorrang boven die van het bedieningspaneel. De instelling van het bedieningspaneel wordt van kracht in bepaalde specifieke gevallen, zoals bij het afdrukken vanuit UNIX of andere besturingssystemen die geen printerbesturingsprogramma ondersteunen.
![]() |

|
<Uitvoer forceren>
<Fout weergeven>
![]() |
<Printerinstellingen>
<Actie wanneer papierfmt niet overeenkomt>
Selecteer <Uitvoer forceren> of <Fout weergeven>
|
<Halftoon>
<Gradatie>
![]() <Foutdiffusie> <Prioriteit>
<Snelheidsprioriteit>
<Prioriteit beeldkwaliteit>
![]() |
<Printerinstellingen>
<Inst. beeldkwaliteit voor mobiel afdr.>
Selecteer <Halftoon> of <Prioriteit>
Selecteer het item
<Toepassen>
![]() |
|
Als <Prioriteit> is ingesteld op <Snelheidsprioriteit>, kunt u <Foutdiffusie> niet selecteren.
|

|
1
tot 999 |
<Printerinstellingen>
<Kopieën>
Geef het gewenste aantal kopieën op
|
<Uit>
![]() <Aan> |
<Printerinstellingen>
<2-zijdig afdrukken>
Selecteer <Uit> of <Aan>
<Printerinstellingen>
<Standaardpapier>
Selecteer het papierformaat
|
17 niveaus
<Densiteit (fijnaanpassing)>
<Hoog>
17 niveaus
<Medium>
17 niveaus
<Laag>
17 niveaus
|
![]() |
|
De instellingen voor <Densiteit> worden uitgeschakeld wanneer u <Tonerbesparing> inschakelt.
|
<Printerinstellingen>
<Afdrukkwaliteit>
<Densiteit>
Pas de dichtheid aan
<Toepassen>
|
<Uit>
![]() <Aan> |
<Printerinstellingen>
<Afdrukkwaliteit>
<Tonerbesparing>
Selecteer <Uit> of <Aan>
|
<Uit>
![]() <Speciale instellingen 1>
<Speciale instellingen 2>
|
<Printerinstellingen>
<Afdrukkwaliteit>
<Speciale afdrukmodus>
Selecteer <Speciale instellingen 1> of <Speciale instellingen 2>
|
<1200 dpi>
<600 dpi>
![]() |
<Printerinstellingen>
<Afdrukkwaliteit>
<Resolutie>
Selecteer <1200 dpi> of <600 dpi>
|
-1 tot 0
tot +1 |
<Printerinstellingen>
<Afdrukkwaliteit>
<Fijnaanpassing densiteit>
Geef de densiteit op
|
<Lange zijde>
![]() <Korte zijde>
|
<Printerinstellingen>
<Lay-out>
<Inbindlocatie>
Selecteer <Lange zijde> of <Korte zijde>
<Lange zijde>
<Korte zijde>

|
5 tot en met 15
tot en met 300 (sec.) |
<Printerinstellingen>
<Time-out>
Stel de tijdsduur in
|
<Uit>
![]() <Aan> |
<Printerinstellingen>
<PCL>
<Papierbesparing>
Selecteer <Uit> of <Aan>
|
<Staand>
![]() <Liggend>
|
<Printerinstellingen>
<PCL>
<Afdrukstand>
Selecteer <Staand> of <Liggend>
|
0
tot en met 54 |
<Printerinstellingen>
<PCL>
<Lettergrootte>
Selecteer het nummer van het lettertype
|
4,00 tot en met 12,00
tot en met 999,75 (punt) |
<Printerinstellingen>
<PCL>
<Puntgrootte>
Geef de puntgrootte op
|
0,44 tot en met 10,00
tot en met 99,99 (cpi) |
<Printerinstellingen>
<PCL>
<Pitch>
Geef de pitchwaarde op
|
5 t/m 64
t/m 128 (lijnen) |
<Printerinstellingen>
<PCL>
<Vormlijnen>
Geef het aantal lijnen op
|
<Printerinstellingen>
<PCL>
<Tekencode>
Selecteer de tekencode
|
<Uit>
![]() <Aan> |
<Printerinstellingen>
<PCL>
<Gebruikerspapier>
Selecteer <Uit> of <Aan>
|
<Millimeter>
![]() <inch>
|
<Printerinstellingen>
<PCL>
<Maateenheid>
Selecteer <Millimeter> of <inch>
|
77 tot en met 215
(mm) |
<Printerinstellingen>
<PCL>
<X-dimensie>
Geef de dimensie op
|
127 tot en met 355
(mm) |
<Printerinstellingen>
<PCL>
<Y-dimensie>
Geef de dimensie op

|
<Ja>
<Nee>
![]() |
<Printerinstellingen>
<PCL>
<CR aan LF toevoegen>
Selecteer <Ja> of <Nee>
|
<Uit>
![]() <Aan> |
<Printerinstellingen>
<PCL>
<A4-afdrukbreedte vergroten>
Selecteer <Uit> of <Aan>
|
<Tekst>
<Kleurtoon>
<Gradatie>
<Resolutie>
![]() <Illustraties>
<Kleurtoon>
![]() <Gradatie>
<Resolutie>
<Afbeelding>
<Kleurtoon>
![]() <Gradatie>
<Resolutie>
|
<Printerinstellingen>
<PCL>
<Halftonen>
Selecteer het soort afbeelding
Selecteer de reproductiemethode voor halftonen
Type afbeelding
<Kleurtoon>
<Gradatie>
<Resolutie>
|
<Uit>
![]() <Aan> |
<Printerinstellingen>
<PCL>
<A5 horizontaal invoeren>
Selecteer <Uit> of <Aan>