Handset-J1
(imageRUNNER C1225iF)
De machine heeft een functie waarmee kan worden omgeschakeld naar de telefoon wanneer een oproep wordt ontvangen, en naar het faxapparaat wanneer een fax binnenkomt. Door een telefoon of HANDSET-J1 op de machine aan te sluiten, kunt u op dezelfde manier oproepen ontvangen en bellen als met een gewone telefoon. Raadpleeg
De machine instellen voor het ontvangen van faxen voor instructies voor het configureren van de Fax/Tel-functie.
|
|
|
Om te zorgen dat u kunt bellen en gebeld kunt worden, moet u een telefoon of HANDSET-J1 op de machine aansluiten.
|
|
|
|
Uw telefoon en HANDSET-J1 kunnen tegelijk aangesloten zijn, maar u kunt de toestellen niet tegelijk gebruiken.
|
Bellen
1
Neem de HANDSET-J1 op.
2
Tik op <Fax>.
3
Voer de bestemming in met de numerieke toetsen en tik op <Toepassen>.
4
Begin het gesprek wanneer wordt opgenomen.
5
Plaats de HANDSET-J1 na afloop van het gesprek terug.

Zorg dat u het snoer goed weglegt wanneer u de HANDSET-J1 terugplaatst.
Een oproep ontvangen
1
Als de telefoon overgaat, neemt u de HANDSET-J1 op en begint u het gesprek.
Het ontwerp van de HANDSET-J1 kan variëren, maar de werking en kwaliteit zijn hetzelfde. U kunt het volume van het belsignaal op hoog, laag of uit instellen. Gebruik de punt van een vulpotlood of een vergelijkbaar voorwerp om de volumeschakelaar van het belsignaal te verzetten.
*1 Opneemknop
*2 Volumeschakelaar belsignaal
2
Plaats de HANDSET-J1 na afloop van het gesprek terug.
Zorg dat u het snoer goed weglegt wanneer u de HANDSET-J1 terugplaatst.
|
|
Als de HANDSET-J1 een jankend geluid maakt, verlaagt u het alarmvolume en het gespreksvolume. ( Het volume aanpassen)
|