[Aanpassen beeldkwaliteit]

Voer aanpassingen uit voor de beeldkwaliteit, zoals het corrigeren van de gradatie of densiteit in de afdrukresultaten of gescande afbeeldingen.
* Waarden in rode tekst geven de standaardinstellingen voor elk item aan.
[ Instellingen/Registratie] [Aanpassen/Onderhoud] [Aanpassen beeldkwaliteit]
Pas de gradatie aan als deze niet correct wordt gereproduceerd en de afdrukresultaten aanzienlijk afwijken van de brongegevens of het origineel. De gradatie kalibreren
Voor 6100-serie
Wanneer [Eenvoudig] is geselecteerd in [Aanpassingsniveau]:
[Volledige aanpassing]
[Snelle aanpassing]
Wanneer [Op groep papiertype] is geselecteerd in [Aanpassingsniveau]:
Selectie type papier
[Volledige aanpassing]
[Snelle aanpassing]
[Gebruik Aanvoer voor Volledige aanpassing]
Aan, Uit
[Aanpassingsniveau]
[Eenvoudig], [Op groep papiertype]
[Initialiseren bij gebr. Voll. aanpassing]
[Aan], [Uit]
Voor 8100-serie
Selectie type papier
[Volledige aanpassing]
[Snelle aanpassing]
[Gebruik Aanvoer voor Volledige aanpassing]
Aan, Uit
[Initialiseren bij gebr. Voll. aanpassing]
[Aan], [Uit]
N.B.
Wanneer u Volledige aanpassing uitvoert, worden er kalibratiebeelden afgedrukt, maar deze worden niet meegerekend bij het aantal afgedrukte pagina's.
[ Instellingen/Registratie] [Aanpassen/Onderhoud] [Aanpassen beeldkwaliteit]
Pas de densiteit aan als de kleurdichtheid van de gescande gegevens of afdrukresultaten aanzienlijk afwijkt van de brongegevens of het origineel. Dichtheid corrigeren
[Kopie/Scan. en opslaan (Postbus)]
9 niveaus
[Zwart-wit-scan voor Verz./Scan. en Opslaan (Anders dan postbus)]
9 niveaus
[Kleurenscan voor Verz./Scannen en Opslaan (Anders dan postbus)]
9 niveaus
[ Instellingen/Registratie] [Aanpassen/Onderhoud] [Aanpassen beeldkwaliteit]
Voer aanpassingen uit om de densiteit gelijkmatiger te maken als er ongelijkmatige schaduw optreedt in de afdrukresultaten. De ongelijkmatige dichtheid corrigeren
[Densitometer correctie]
[Visuele correctie]
[Scannercorrectie]
[ Instellingen/Registratie] [Aanpassen/Onderhoud] [Aanpassen beeldkwaliteit]
Pas voor elke papierbron de afdrukpositie aan om verschoven tekens of afbeeldingen te corrigeren. De afdrukpositie aanpassen voor elke papierbron
[ Instellingen/Registratie] [Aanpassen/Onderhoud] [Aanpassen beeldkwaliteit]
Als het formaat van de gekopieerde afbeelding enigszins afwijkt van dat van het origineel, pas dan de verticale en horizontale verhouding aan in stappen van 0,1% om het formaat dichter bij dat van het origineel te brengen. Het afdrukformaat van de gekopieerde afbeelding aanpassen
[X]
-1,0 tot 0,0 tot +1,0%
[Y]
-1,0 tot 0,0 tot +1,0%
[ Instellingen/Registratie] [Aanpassen/Onderhoud] [Aanpassen beeldkwaliteit]
Selecteer een ditherpatroon dat geschikt is voor de afbeelding die u wilt afdrukken, zodat er vloeiendere gradaties en contouren in de afgedrukte afbeelding ontstaan. Afvlakken van curven en gradaties (Dither-patrooninstellingen)
Voor 6100-serie
[Patroon 1], [Patroon 2], [Patroon 3], [Patroon 4]
Voor 8100-serie
[Patroon 1], [Patroon 2], [Patroon 3], [Patroon 4]
[ Instellingen/Registratie] [Aanpassen/Onderhoud] [Aanpassen beeldkwaliteit]
Geef op wat prioriteit heeft: Productiviteit en beeldkwaliteit. 
Als u [Productiviteitprioriteit] instelt op [Modus gemengd pap.], wordt de productiviteit mogelijk niet vertraagd wanneer u afdrukt met gemengde papertypen en -formaten.
Als u dit instelt op [Kwaliteitprioriteit], kunnen zelfs bij grote afdrukvolumes stabiele afbeeldingen worden afgedrukt, maar kan de productiviteit afnemen.
* Afhankelijk van het papiertype kan het aanpassen van deze instelling papierstoringen of een slechte beeldkwaliteit veroorzaken.
[Productiviteitprioriteit]
[Normale modus], [Modus gemengd pap.]
[Kwaliteitprioriteit]
N.B.
De wijzigingen in deze instelling blijven behouden. Het wordt aanbevolen om de oorspronkelijke instellingen terug te zetten na voltooiing van een uitvoerbewerking waarvoor een instellingswijziging is vereist.
[ Instellingen/Registratie] [Aanpassen/Onderhoud] [Aanpassen beeldkwaliteit]
Er kunnen fixeerfouten optreden als u voortdurend afbeeldingen met hoge densiteit afdrukt op dik papier in een omgeving met lage temperatuur. Door deze instelling wordt de afdruksnelheid verlaagd om fixeerfouten te helpen voorkomen. Fixeerfouten voorkomen in een omgeving met een lage temperatuur (alleen 8100-serie)
0 tot 1
[ Instellingen/Registratie] [Aanpassen/Onderhoud] [Aanpassen beeldkwaliteit]
Wanneer de temperatuur van de drukrol erg hoog wordt, kan er ongelijkmatige glans optreden. Pas de temperatuurstijging van de drukrol aan om de ongelijkmatige glans te verminderen. Ongelijkmatige glans corrigeren (alleen 8100-serie)
0 tot +2 tot +4
[ Instellingen/Registratie] [Aanpassen/Onderhoud] [Aanpassen beeldkwaliteit]
In een omgeving met een hoge temperatuur of hoge vochtigheid, kunnen er gedeeltelijke vervormingen, of dunne, witte lijnen verschijnen op de afgedrukte beelden. Pas de temperatuur van de fotoconductordrum aan om het probleem op te lossen.
[Standaard], [Hoog]
[ Instellingen/Registratie] [Aanpassen/Onderhoud] [Aanpassen beeldkwaliteit]
Stel in of kleurverschillen in de richting parallel aan de invoerrichting moeten worden gecorrigeerd en of tekst, diagrammen en afbeeldingen vloeiend moeten worden afgedrukt.
* Selecteer [Uit] als u geen correctie wilt uitvoeren. Afhankelijk van het origineel kunnen nieuwe kleurafwijkingen of ruwheid optreden.
[Aan], [Uit]
[ Instellingen/Registratie] [Aanpassen/Onderhoud] [Aanpassen beeldkwaliteit]
Om de gradatie en densiteit stabiel te houden wordt er tijdens het afdrukken door de machine intern een densiteitsaanpassing uitgevoerd. De sensor registreert de densiteit van een strook die om de paar vellen bedrukt papier wordt aangemaakt op de overdrachtsband. Op basis hiervan wordt de densiteit aangepast. U kunt de frequentie van de densiteitsaanpassing verhogen om een nog stabielere beeldkwaliteit te krijgen.
[Gebruik st.instell.], [Gebruik servicemodusinst.]
E4EY-0SE