Als het bedrukte materiaal vervormt/vastloopt in de STM-stapellade

Door een oplossing te implementeren in overeenstemming met de vervorming van het bedrukte materiaal kunt u vervorming verminderen en de stapelbaarheid verbeteren.
N.B.
Voor meer informatie over het ontvangen van opdrachten raadpleegt u Bedieningshandleiding voor PRISMAsync Print Server voor iX1700

Als het bedrukte materiaal doorbuigt

Als er een verschil in dichtheid is tussen het afbeeldingspatroon aan de achterste en de voorste kant van het materiaal, kan het bedrukte materiaal doorbuigen, afhankelijk van de materiaalsoort. Als dit doorbuigen een hoogteverschil veroorzaakt van 10 mm (0,39") of meer tussen het midden en het uiteinde van het gestapelde materiaal, kan dit een negatieve invloed hebben op de uitlijning.
Overweeg in dit geval de volgende maatregelen.
Verdeel de opdracht in meerdere opdrachten, zodat er minder gestapeld hoeft te worden en het hoogteverschil kleiner is.
Wijzig het patroon of de lay-out van de afgedrukte afbeelding zodat er minder verschil in dichtheid is.

Als de uiteinden van het bedrukte materiaal is gekruld of gevouwen

Als er een verschil is in de dichtheid van het afbeeldingspatroon aan de voor- of achterkant van het materiaal, kunnen de uiteinden van het bedrukte materiaal omkrullen. Als dit krullen een hoogteverschil veroorzaakt van 25 mm (0,98") of meer tussen het midden en het uiteinde van het gestapelde materiaal, kan dit een negatieve invloed hebben op de uitlijning. Vooral wanneer u verschillende materiaalsoorten mengt, bijvoorbeeld zwaar papier stapelen na dun papier, kan contact met vervormd materiaal een papierstoring veroorzaken.
Overweeg in dit geval de volgende maatregelen.
Verdeel de opdracht in meerdere opdrachten, zodat er minder gestapeld hoeft te worden en het hoogteverschil kleiner is.
Overweeg de afdrukstand en lay-out van de afgedrukte afbeelding te wijzigen, zodat de het gestapelde materiaal hoger is bij de voorrand dan bij de achterrand.
Verwijder het bedrukte materiaal om contact met andere materiaalsoorten te voorkomen.
Als de hoeken van bedrukt materiaal tijdens het afdrukken zijn gevouwen, controleer dan ook het volgende.
Als de hoeken van het bedrukte materiaal gevouwen zijn

Als het bedrukte materiaal vervormt raakt bij het aanpassen aan de vorm van de stapellade

Als u bedrukt materiaal in de stapellade laat zitten, kan dit vervorming van het bedrukte materiaal veroorzaken, vooral bij dun papier.
Overweeg in dit geval de volgende maatregelen.
Verplaats na het afdrukken het bedrukte materiaal zo snel mogelijk naar een vlakke ondergrond.
Voer zwaar papier van dezelfde grootte uit naar de onderkant van de stapellade en stapel vervolgens het bedrukte materiaal boven op het zware papier.
Plaats zwaar papier voordat u de daadwerkelijke opdracht met zwaar papier uitvoert.
* U hoeft geen afbeeldingen uit te voeren.
Gebruik zwaar papier dat aan het volgende voldoet.
Papiergewicht: 300 g/m2 (110,9 lb Cover) of zwaarder
Aantal vellen: 7 vellen (300 g/m2 (110,9 lb Cover)), 5 vellen (350 g/m2 (129,4 lb Cover)) of 2 mm (0,08") of hoger

Als het bedrukte materiaal verschuift

Overweeg de volgende maatregelen:
Stel in de volgende gevallen [Wisselend stapelen] in [Stapellade stapeleenheid] in op 15 mm (0,59").
Wanneer [Per set] is geselecteerd
Bij gebruik van materiaal met een breedte van 218 mm (8,58") of minder in de transportrichting
Als u materiaal stapelt op materiaal dat geneigd is tot vervorming (zoals dun papier), zorgt u dat er minder materiaal wordt gestapeld. U kunt ook het al gestapelde materiaal verwijderen, zodat het niet in contact komt met het materiaal dat hierna wordt gestapeld.
Vergroot de marge.
Verlaag het gebied van de afgedrukte afbeelding tot ongeveer 80% van het materiaaloppervlak.

Als er papierstoringen optreden bij het mengen van verschillende materiaalsoorten

Er kunnen papierstoringen optreden als er verschillende materiaalsoorten op elkaar worden gestapeld, zoals op materiaal dat geneigd is vervormd te raken. Bijvoorbeeld wanneer zwaar papier wordt gestapeld op dun papier. Overweeg in dit geval de volgende maatregelen.
Wijzig de stapelvolgorde (door bijvoorbeeld het dunne papier te stapelen na het zware papier).
Verwijder het bedrukte materiaal om contact met andere materiaalsoorten te voorkomen.
EJF7-01A