E61Y-00R

Overstappen op de aanbevolen beveiligingsinstellingen

U kunt de machine wijzigen naar de aanbevolen instellingen voor uw omgevingstype.
*Als u niet zeker weet wat uw omgevingstype is, raadpleegt u het volgende.
Lijst met omgevingstypen
De hier beschreven procedure maakt gebruik van het bedieningspaneel.
U kunt de instellingen ook configureren met de Remote UI (UI op afstand) vanaf een computer.
De machtigingen Administrator, DeviceAdmin of NetworkAdmin zijn vereist. De machine moet opnieuw worden opgestart om de geïmporteerde instellingen toe te passen.
1
Controleer of er momenteel taken worden uitgevoerd.
Druk op <Statusmonitor> op het bedieningspaneel van de machine, selecteer <Kopie/Afdruk>, <Verzenden>, <Ontvangen> of <Opslaan>, en druk op <Opdrachtstatus> om te controleren of er momenteel taken worden uitgevoerd.
2
Druk op (Inst./Registrern) op het bedieningspaneel van de machine.
3
Druk op <Beheerinstellingen> → <Beveil.instellingen> → <Aanbevolen veiligheidsinstelling gebruiksomgeving>.
Het scherm <Aanbevolen veiligheidsinstelling gebruiksomgeving> wordt weergegeven.
4
Druk op <Instellingen voor gebruiksomgeving>.
Het aanbevolen omgevingstype wordt gedetecteerd op basis van het gebruik van uw machine en weergegeven. Stap 5
Als de beveiligingsinstellingen al zijn gewijzigd door het selecteren van het aanbevolen omgevingstype, wordt het scherm <Instellingen voor gebruiksomgeving> weergegeven. Stap 6
5
Als u het aanbevolen omgevingstype wilt selecteren om de beveiligingsinstellingen te wijzigen, drukt u op <Verder configureren>.
Er verschijnt een bericht met de vraag of u dit wilt uitvoeren. Stap 7
U kunt ook drukken op <Sluiten> en het omgevingstype selecteren. Stap 6
6
Selecteer het omgevingstype en druk op <Start>.
*Vanaf nu wordt, als het aanbevolen omgevingstype wordt gewijzigd, een bericht weergegeven op het scherm van het bedieningspaneel. U kunt drukken op <Controleer aanbeveling> om het aanbevolen omgevingstype te bevestigen.
Voor informatie over de weergave-instellingen van het bericht gaat u naar de gebruikershandleiding van uw machine in de betreffende portalsite.
7
Bevestig het bericht en druk op <Ja>.
De machine wordt opnieuw opgestart en de beveiligingsinstellingen voor het geselecteerde omgevingstype zijn van kracht.
De instellingen zijn voltooid.
Als <Aanbevolen veiligheidsinstelling gebruiksomgeving> niet beschikbaar is, kunt u de beveiligingsinstellingen handmatig instellen. Effect en invloed van beveiligingsinstellingen
<Aanbevolen veiligheidsinstelling gebruiksomgeving> is niet beschikbaar als er beveilingsbeleidsregels zijn ingesteld.
Als functies die u wilt gebruiken, niet meer beschikbaar zijn na het wijzigen van de beveiligingsinstellingen
U kunt de wijzigingen ongedaan maken om de machine naar de vorige status terug te zetten.
De beveiligingsinstellingen terugzetten
U kunt bepaalde instellingen ook afzonderlijk wijzigen.
Voorbeeld: Als bepaalde digitale services en toepassingen niet kunnen worden gebruikt, schakelt u de volgende instelling in (Inst./Registrern) in.
<Voorkeuren> → <Netwerk> → <TCP/IP-instellingen> → <Instellingen RAW-afdrukken>
* Als u overstapt naar een van de volgende omgevingstypen, wordt de bovengenoemde instelling uitgeschakeld.
2. Directe internetverbinding
4. Privaat (thuis) netwerk
5. Openbaar netwerk
6. Omgeving met hoog vertrouwelijke info.
Zie voor details over het effect en de invloed van de beveiligingsinstellingen voor elk type omgeving het volgende.
Effect en invloed van beveiligingsinstellingen
U kunt de gewijzigde instellingen ook afdrukken om de gewijzigde instellingswaarden te controleren.
De instellingen controleren die zijn gewijzigd met de aanbevolen beveiligingsinstellingen