<Netwerk>

Geef de netwerkinstellingen op.
 
Voor informatie over de items ("A", "B", "C" en "Nee") in de kolom "Alles importeren-functie" raadpleegt u Alles importeren-functie.

<Afdrukrapport>

 (Inst./Registrern) <Voorkeuren> <Netwerk>
U kunt de instellingen afdrukken in <Netwerk>. Een lijst met instellingen afdrukken
Item
Beschrijving van de instelling
DeviceAdmin
Netwerkbeheerder
Kan worden ingesteld bij de Gebruikersinterface op afstand
Alles importeren-functie
Itemnaam bij het exporteren met de Gebruikersinterface op afstand
<Afdrukrapport>
<Ja>, <Nee>
Ja
Ja
Ja
Nee
-

<Bevestig wijzigingen netwerkverbindingsinstelling>

 (Inst./Registrern) <Voorkeuren> <Netwerk>
Als deze instelling op <Aan> staat, kunt u de netwerkinstellingen wijzigen. Als er fouten optreden met de netwerkaansluiting, wordt een foutbericht weergegeven op het aanraakscherm van de machine. De vergrendeling van netwerkinstellingen opheffen
Item
Beschrijving van de instelling
DeviceAdmin
Netwerkbeheerder
Kan worden ingesteld bij de Gebruikersinterface op afstand
Alles importeren-functie
Itemnaam bij het exporteren met de Gebruikersinterface op afstand
<Bevestig wijzigingen netwerkverbindingsinstelling>
<Aan>, <Uit>
Nee
Ja
Nee
C
Basisinformatie instellingen/registratie

<TCP/IP instellingen>

 (Inst./Registrern) <Voorkeuren> <Netwerk>
Geef de instellingen die het mogelijk maken om de machine op een TCP/IP-netwerk te gebruiken.

<SNMP instellingen>

 (Inst./Registrern) <Voorkeuren> <Netwerk>
Geef de SNMP-instellingen op. Controleren en bedienen via SNMP
Item
Beschrijving van de instelling
DeviceAdmin
Netwerkbeheerder
Kan worden ingesteld bij de Gebruikersinterface op afstand
Alles importeren-functie
Itemnaam bij het exporteren met de Gebruikersinterface op afstand
<SNMPv1 gebruiken>
<Aan>, <Uit>
Nee
Ja
Ja
C
Basisinformatie instellingen/registratie
<Stel speciale community in>
<Speciale gemeenschap>: <Aan>, <Uit>
Nee
Ja
Ja
C
Basisinformatie instellingen/registratie
<MIB toegangspermissie>: <Lezen/Schrijven>, <Alleen lezen>
Nee
Ja
Ja
C
Basisinformatie instellingen/registratie
<Stel community naam 1 in>
<Community-naam 1>: <Aan>, <Uit>
Nee
Ja
Ja
C
Basisinformatie instellingen/registratie
<MIB toegangspermissie>: <Lezen/Schrijven>, <Alleen lezen>
Nee
Ja
Ja
C
Basisinformatie instellingen/registratie
<Communitynaam>: public
Nee
Ja
Ja
C
Basisinformatie instellingen/registratie
<Stel community naam 2 in>
<Community-naam 2>: <Aan>, <Uit>
Nee
Ja
Ja
C
Basisinformatie instellingen/registratie
<MIB toegangspermissie>: <Lezen/Schrijven>, <Alleen lezen>
Nee
Ja
Ja
C
Basisinformatie instellingen/registratie
<Communitynaam>: public2
Nee
Ja
Ja
C
Basisinformatie instellingen/registratie
<SNMPv3 gebruiken>
<Aan>, <Uit>
Nee
Ja
Ja
C
Basisinformatie instellingen/registratie
<Administrator instellingen>
<Gebruik Administrator>: <Aan>, <Uit>
Nee
Ja
Ja
C
Basisinformatie instellingen/registratie
<Encryptiewachtwoord>
Nee
Ja
Ja
C
Basisinformatie instellingen/registratie
<Gebruik zelfde wachtwrd als voor verificatie>: <Aan>, <Uit>
Nee
Ja
Ja
C
Basisinformatie instellingen/registratie
<Gebruikersinstellingen>
<Gebr. Aan/Uit>: <Aan>, <Uit>
Nee
Ja
Ja
C
Basisinformatie instellingen/registratie
<Registreren> (<Gebruikersnaam>, <MIB toegangspermissie> (<Lezen/Schrijven>, <Alleen lezen>), <Beveil.instellingen> (<Auth. Ja/Encryptie Ja>, <Auth. Ja/Encryptie Nee>, <Auth. Nee/Encr. Nee>), <Authentificatie algoritme> (<MD5>, <SHA1>, <SHA2-224>, <SHA2-256>, <SHA2-384>, <SHA2-512>), <Verificatiewachtwoord>, <Encryptie algoritme> (<DES>, <AES>), <Encryptiewachtwoord>)
Nee
Ja
Ja
C
Basisinformatie instellingen/registratie
<Details/Bewerken> (<Gebruikersnaam>, <MIB toegangspermissie> (<Lezen/Schrijven>, <Alleen lezen>), <Beveil.instellingen> (<Auth. Ja/Encryptie Ja>, <Auth. Ja/Encryptie Nee>, <Auth. Nee/Encr. Nee>), <Authentificatie algoritme> (<MD5>, <SHA1>, <SHA2-224>, <SHA2-256>, <SHA2-384>, <SHA2-512>), <Verificatiewachtwoord>, <Encryptie algoritme> (<DES>, <AES>), <Encryptiewachtwoord>)
Nee
Ja
Ja
C
Basisinformatie instellingen/registratie
<Verwijderen>
Nee
Ja
Ja
Nee
-
<Gegevens afdrukbeheer ophalen bij host>
<Aan>, <Uit>
Nee
Ja
Ja
C
Basisinformatie instellingen/registratie

<Indeling hostbronnen MIB naar RFC2790>

 (Inst./Registrern) <Voorkeuren> <Netwerk>
Geef op of de hostbronnen-MIB voldoet aan de specificaties van RFC2790.
Item
Beschrijving van de instelling
DeviceAdmin
Netwerkbeheerder
Kan worden ingesteld bij de Gebruikersinterface op afstand
Alles importeren-functie
Itemnaam bij het exporteren met de Gebruikersinterface op afstand
<Indeling hostbronnen MIB naar RFC2790>
<Aan>, <Uit>
Nee
Ja
Nee
C
Basisinformatie instellingen/registratie

<Instellingen Speciale poort>

 (Inst./Registrern) <Voorkeuren> <Netwerk>
Geef op of gedetailleerde gegevens van de machine van de Canon-stuurprogramma's of hulpprogramma's geconfigureerd/of dat ernaar verwezen moet worden.
Item
Beschrijving van de instelling
DeviceAdmin
Netwerkbeheerder
Kan worden ingesteld bij de Gebruikersinterface op afstand
Alles importeren-functie
Itemnaam bij het exporteren met de Gebruikersinterface op afstand
<Instellingen Speciale poort>
<Aan>, <Uit>
Nee
Ja
Ja
C
Basisinformatie instellingen/registratie
Als de instelling op <Uit> staat, worden sommige toepassingen die speciale poorten gebruiken, misschien niet gebruikt.

<Authentificatiemethode voor Speciale poort>

 (Inst./Registrern) <Voorkeuren> <Netwerk>
Geef de verificatiemethode voor de speciale poort op.
Item
Beschrijving van de instelling
DeviceAdmin
Netwerkbeheerder
Kan worden ingesteld bij de Gebruikersinterface op afstand
Alles importeren-functie
Itemnaam bij het exporteren met de Gebruikersinterface op afstand
<Authentificatiemethode voor Speciale poort>
<Modus 1>, <Modus 2>
Nee
Ja
Ja
C
Basisinformatie instellingen/registratie
Als de instelling op <Modus 2>, staat, gebruikt de communicatie die via een speciale poort loopt, een beveiligde modus. U kunt dan ook misschien geen verbinding maken vanuit apparaatbeheersoftware of stuurprogramma's, enz.

<Gebruik spoolfunctie>

 (Inst./Registrern) <Voorkeuren> <Netwerk>
Geef op of afdrukopdrachten die naar het opslagapparaat van de machine worden verzonden, gespoold moeten worden.
Item
Beschrijving van de instelling
DeviceAdmin
Netwerkbeheerder
Kan worden ingesteld bij de Gebruikersinterface op afstand
Alles importeren-functie
Itemnaam bij het exporteren met de Gebruikersinterface op afstand
<Gebruik spoolfunctie>
<Aan>, <Uit>
Nee
Ja
Ja
C
Basisinformatie instellingen/registratie

<Wachttijd voor verbinding bij opstart>

 (Inst./Registrern) <Voorkeuren> <Netwerk>
Geef de wachttijd op tussen het moment van opstarten van de machine en verbinding maken met het netwerk. De wachttijd instellen wanneer u verbinding maakt met een netwerk
Item
Beschrijving van de instelling
DeviceAdmin
Netwerkbeheerder
Kan worden ingesteld bij de Gebruikersinterface op afstand
Alles importeren-functie
Itemnaam bij het exporteren met de Gebruikersinterface op afstand
<Wachttijd voor verbinding bij opstart>
0 tot 300 sec.
Nee
Ja
Ja
C
Basisinformatie instellingen/registratie

<Instellingen Ethernet stuurprogramma>

 (Inst./Registrern) <Voorkeuren> <Netwerk>
Geef de instellingen van het Ethernet-stuurprogramma op. Ethernet-instellingen doorvoeren
Item
Beschrijving van de instelling
DeviceAdmin
Netwerkbeheerder
Kan worden ingesteld bij de Gebruikersinterface op afstand
Alles importeren-functie
Itemnaam bij het exporteren met de Gebruikersinterface op afstand
<Instellingen Ethernet stuurprogramma>
<Automatische detectie>: <Aan>, <Uit>
Nee
Ja
Ja
C
Basisinformatie instellingen/registratie
<Communicatie mode> (Uit): <Half duplex>, <Full Duplex>
Nee
Ja
Ja
C
Basisinformatie instellingen/registratie
<Type Ethernet> (Uit): <10BASE-T>, <100BASE-TX>, <1000BASE-T>
Nee
Ja
Ja
C
Basisinformatie instellingen/registratie
<Huidige verzendsnelheid>: Alleen weergeven
Nee
Ja
Ja
Nee
-
<MAC-adres>: Alleen weergeven
Nee
Ja
Ja
Nee
-

<IEEE 802.1X instellingen>

 (Inst./Registrern) <Voorkeuren> <Netwerk>
Geef de instellingen voor IEEE 802.1X op. De instellingen voor verificatie met IEEE 802.1X configureren
Item
Beschrijving van de instelling
DeviceAdmin
Netwerkbeheerder
Kan worden ingesteld bij de Gebruikersinterface op afstand
Alles importeren-functie
Itemnaam bij het exporteren met de Gebruikersinterface op afstand
<Gebruik IEEE 802.1X>
<Aan>, <Uit>
Nee
Ja
Ja
C
Basisinformatie instellingen/registratie
<Inlognaam>
Inlognaam
Nee
Ja
Ja
C
Basisinformatie instellingen/registratie
<Authenticatie servercert. control.>
<Aan>, <Uit>
Nee
Ja
Ja
C
Basisinformatie instellingen/registratie
<Verificatieservernaam controleren>
<Aan>, <Uit>
Nee
Ja
Ja
C
Basisinformatie instellingen/registratie
<Verificatie servernaam>
Verificatie servernaam
Nee
Ja
Ja
C
Basisinformatie instellingen/registratie
<Gebruik TLS>
<Aan>, <Uit>
Nee
Ja
Ja
C
Basisinformatie instellingen/registratie
<Sleutel en certificaat>
Als standaardsleutel instellen
Nee
Ja
Ja
Nee
-
<Certificaat details> (<Versie>, <Serienummer>, <Handtekeningalgor.>, <Verstr. aan>, <Startdatum geldigheid>, <Einddatum van geldigh.>, <Uitgever>, <Publieke sleutel>, <Certificaat duimafdruk>, <Verstrekt aan(Alt. Naam)>, <Contr. certif.>)
Nee
Ja
Ja
Nee
-
<Weerg. gebr. locatie> (Sleutel en certificaat)
Nee
Ja
Ja
Nee
-
<Gebruik TTLS>
<Aan>, <Uit>
Nee
Ja
Ja
C
Basisinformatie instellingen/registratie
Wanneer <Aan> is geselecteerd:
TTLS instellingen (TTLS protocol): <MSCHAPv2>, <PAP>
Nee
Ja
Ja
C
Basisinformatie instellingen/registratie
<Gebruik PEAP>
<Aan>, <Uit>
Nee
Ja
Ja
C
Basisinformatie instellingen/registratie
<Gebruikersnaam>
Naam van gebruiker voor verificatie met IEEE802.1X-verificatie
Nee
Ja
Ja
C
Basisinformatie instellingen/registratie
<Wachtwoord>
Wachtwoord van gebruiker voor verificatie met IEEE802.1X-verificatie
Nee
Ja
Ja
C
Basisinformatie instellingen/registratie
<Gebruik inlognaam als gebruikersnaam>
<Aan>, <Uit>
Nee
Ja
Ja
C
Basisinformatie instellingen/registratie
Als u <IEEE 802.1X instellingen> instelt op <Aan>, zal de machine niet naar een volledige Sluimermodus gaan.

<Firewall instellingen>

 (Inst./Registrern) <Voorkeuren> <Netwerk>
Geef de instellingen voor het filteren van pakketten op die alleen communicatie met apparaten met een specifiek IP-adres en MAC-adres toestaan.

<Gebruik Mopria>

 (Inst./Registrern)  <Voorkeuren>  <Netwerk>
Geef op of gegevens direct mogen worden afgedrukt vanaf mobiele apparaten die Mopria® ondersteunen, zoals smartphones en tablets. De machine via toepassingen gebruiken
Item
Beschrijving van de instelling
DeviceAdmin
Netwerkbeheerder
Kan worden ingesteld bij de Gebruikersinterface op afstand
Alles importeren-functie
Itemnaam bij het exporteren met de Gebruikersinterface op afstand
<Gebruik Mopria>
<Aan>, <Uit>
Nee
Ja
Ja
C
Basisinformatie instellingen/registratie

<Gebruik AirPrint>

 (Inst./Registrern)  <Voorkeuren>  <Netwerk>
Geef op of u rechtstreeks wilt afdrukken vanaf een iPhone, iPad, iPod Touch of een Mac met ondersteuning voor AirPrint. AirPrint gebruiken
Item
Beschrijving van de instelling
DeviceAdmin
Netwerkbeheerder
Kan worden ingesteld bij de Gebruikersinterface op afstand
Alles importeren-functie
Itemnaam bij het exporteren met de Gebruikersinterface op afstand
<Gebruik AirPrint>
<Aan>, <Uit>
Nee
Ja
Ja
C
Basisinformatie instellingen/registratie

<Fouten voor AirPrint weergeven>

 (Inst./Registrern)  <Voorkeuren>  <Netwerk>
Geef op of u een foutscherm wilt weergeven op het bedieningspaneel als het afdrukken niet zoals verwacht kan worden uitgevoerd vanwege een probleem met de afdrukgegevens.
Als dit is ingesteld op <Aan>, kan het foutscherm niet op het bedieningspaneel worden weergegeven. Annuleer de taak nadat u het foutscherm hebt gecontroleerd.
Als dit is ingesteld op <Uit>, wordt er geen foutscherm weergegeven op het bedieningspaneel, maar blijft de taak in de taakgeschiedenis staan met de indicatie <NG>.
Item
Beschrijving van de instelling
DeviceAdmin
Netwerkbeheerder
Kan worden ingesteld bij de Gebruikersinterface op afstand
Alles importeren-functie
Itemnaam bij het exporteren met de Gebruikersinterface op afstand
<Fouten voor AirPrint weergeven>
<Aan>, <Uit>
Nee
Ja
Ja
C
Basisinformatie instellingen/registratie

<Gebruik IPP overal>

 (Inst./Registrern)  <Voorkeuren>  <Netwerk>
Geef op of er direct mag worden afgedrukt vanaf Chromebook-apparaten die IPP Everywhere ondersteunen. De machine via toepassingen gebruiken
Item
Beschrijving van de instelling
DeviceAdmin
Netwerkbeheerder
Kan worden ingesteld bij de Gebruikersinterface op afstand
Alles importeren-functie
Itemnaam bij het exporteren met de Gebruikersinterface op afstand
<Gebruik IPP overal>
<Aan>, <Uit>
Nee
Ja
Ja
C
Basisinformatie instellingen/registratie

<Instellingen Universele afdruk>/<Instellingen voor Universal Print> voor Externe UI

 (Inst./Registrern)  <Voorkeuren>  <Netwerk>
Geef de instellingen voor Universal Print op. Afdrukken met behulp van de Microsoft-cloudservice (Universeel afdrukken)
Item
Beschrijving van de instelling
DeviceAdmin
Netwerkbeheerder
Kan worden ingesteld bij de Gebruikersinterface op afstand
Alles importeren-functie
Itemnaam bij het exporteren met de Gebruikersinterface op afstand
<Basisinstellingen>
<Gebruik Universal Print>: <Aan>, <Uit>
Nee
Ja
Ja
C
Basisinformatie instellingen/registratie
<Servercertificaat controleren>: <Aan>, <Uit>
Nee
Ja
Ja
C
Basisinformatie instellingen/registratie
<Voeg CN toe aan verificatie-items>: <Aan>, <Uit>
Nee
Ja
Ja
C
Basisinformatie instellingen/registratie
<Printernaam>: OIP_PRINTER
Nee
Ja
Ja
A
Basisinformatie instellingen/registratie
<Toepassings-ID>:f9fc375c-c7ba-4e5c-b213-23affd792cc1
Nee
Ja
Ja
C
Basisinformatie instellingen/registratie
<URL voor Microsoft Entra ID-verificatie>:https://login.microsoftonline.com/organizations/oauth2/v2.0
Nee
Ja
Ja
C
Basisinformatie instellingen/registratie
<URL voor Microsoft Entra ID-registratie>:https://register.print.microsoft.com/api/v1.0/register
Nee
Ja
Ja
C
Basisinformatie instellingen/registratie
<Registratiestatus>
<Niet geregistreerd>
<Gereg.>
<Controle...>
Nee
Ja
Ja
Nee
-
Deze instelling kan alleen worden gespecificeerd vanuit de Externe UI. U kunt deze instelling alleen op aan/uit zetten vanaf het apparaat.

<Instellingen voor info. over apparaatlocatie>

 (Inst./Registrern)  <Voorkeuren>  <Netwerk>
Geef de instellingen voor informatie over de apparaatlocatie op. AirPrint gebruiken
Item
Beschrijving van de instelling
DeviceAdmin
Netwerkbeheerder
Kan worden ingesteld bij de Gebruikersinterface op afstand
Alles importeren-functie
Itemnaam bij het exporteren met de Gebruikersinterface op afstand
<Instellingen voor info. over apparaatlocatie>
<Breedtegraad>: Geef de breedtegraad op.
Nee
Ja
Ja
Nee
-
<Lengtegraad>: Geef de lengtegraad op.
Nee
Ja
Ja
Nee
-

<Selecteer interface>

 (Inst./Registrern)  <Voorkeuren>  <Netwerk>
Geef de methode op voor het verbinden van de machine met het netwerk.
Als u een sublijn gebruikt, configureert u de volgende instellingen:De netwerkverbindingsmethode selecteren
Wanneer <Hoofdlijn> is ingesteld op <Bekabeld LAN>
stelt u <Sublijn> in op <Bekabeld LAN> of <Draadloos LAN>.
Wanneer <Hoofdlijn> is ingesteld op <Draadloos LAN>
stelt u <Sublijn> in op <Bekabeld LAN>.
Item
Beschrijving van de instelling
DeviceAdmin
Netwerkbeheerder
Kan worden ingesteld bij de Gebruikersinterface op afstand
Alles importeren-functie
Itemnaam bij het exporteren met de Gebruikersinterface op afstand
<Selecteer interface>
<Hoofdlijn> <Bekabeld LAN>
Sublijn <Uit>, <Bekabeld LAN>, <Draadloos LAN>
<Hoofdlijn> <Draadloos LAN>
Sublijn <Uit>, <Bekabeld LAN>
Nee
Ja
Ja
C
Basisinformatie instellingen/registratie

<Draadloos LAN>

 (Inst./Registrern) <Voorkeuren> <Netwerk>
Hier geeft u de draadloze LAN-instellingen op.

<Directe-verbindingsinstellingen>

 (Inst./Registrern) <Voorkeuren> <Netwerk>
Geef de directe-verbindingsinstellingen op.

<Instellingen sublijn>

 (Inst./Registrern) <Voorkeuren> <Netwerk>
Configureer de sublijninstellingen wanneer een andere instelling dan <Uit> is geselecteerd voor <Sublijn> in <Selecteer interface>.

<Instellingen voor Statische routing>

 (Inst./Registrern) <Voorkeuren> <Netwerk>
Geef de instellingen voor statische routering voor IPv4-adressen op. Statische routering instellen
Item
Beschrijving van de instelling
DeviceAdmin
Netwerkbeheerder
Kan worden ingesteld bij de Gebruikersinterface op afstand
Alles importeren-functie
Itemnaam bij het exporteren met de Gebruikersinterface op afstand
<Instellingen voor Statische routing>
<Statische routing gebruiken>: <Aan>, <Uit>
Nee
Ja
Nee
C
Basisinformatie instellingen/registratie
<Bewerken>, <Verwijderen>
Nee
Ja
Nee
Nee
-
<Bewerken>
<Adres> (<0.0.0.0>), <Prefixlengte> (1 tot 32), <Gateway adres> (<0.0.0.0>)
Nee
Ja
Nee
C
Basisinformatie instellingen/registratie
EJY2-0F3