[Instellingen Wi-Fi]

Geef de instellingen op voor het aansluiten van het apparaat op Wi-Fi en voor energiebesparing terwijl het apparaat met Wi-Fi is verbonden.
* Waarden in rode tekst zijn de standaard instellingen voor ieder onderdeel.

[Selecteer netwerk]

[Menu] [Voorkeuren] [Netwerk] [Instellingen Wi-Fi]
Selecteer een Wi-Fi-router (toegangspunt) uit het weergegeven overzicht en voer de netwerksleutel in om verbinding te kunnen maken. Verbinding maken met Wi-Fi door naar een router te zoeken (Installatiemethode voor toegangspunt)

[Overige verbindingen]

[Menu] [Voorkeuren] [Netwerk] [Instellingen Wi-Fi]
Maak verbinding met Wi-Fi met een andere methode dan het selecteren van een Wi-Fi-router uit een lijst.
[Netwerknaam handmatig invoeren]
[Menu] [Voorkeuren] [Netwerk] [Instellingen Wi-Fi] [Overige verbindingen]
Maak verbinding met een Wi-Fi-router door handmatig alle informatie van de router, zoals SSID, netwerksleutel en beveiligingsinstellingen, in te voeren. Verbinding maken met Wi-Fi door de details in te stellen (handmatige installatiemethode)
[Beveiligingsinstell.]
[Geen]
[WPA/WPA2-PSK]
[WPA/WPA2-EAP]
[WPA2-PSK/WPA3-SAE]
[WPA3-SAE]
[WPS-drukknopmethode]
[Menu] [Voorkeuren] [Netwerk] [Instellingen Wi-Fi] [Overige verbindingen]
Maak verbinding met Wi-Fi door een knop op de LAN-router in te drukken die de WPS drukknop-stand ondersteunt. Verbinding maken met Wi-Fi met behulp van de routerknop (drukknop-stand)
[WPS-pincodemodus]
[Menu] [Voorkeuren] [Netwerk] [Instellingen Wi-Fi] [Overige verbindingen]
Maak verbinding met een Wi-Fi-router die de WPS pincode-stand ondersteunt door een door het apparaat gegenereerde pincode te registreren. Gebruik voor het registreren een computer of soortgelijk apparaat. Verbinding maken met Wi-Fi door een pincode in te voeren (WPS pincode-stand)

[Verbindingsinstellingen]

[Menu] [Voorkeuren] [Netwerk] [Instellingen Wi-Fi]
Kies de instelling voor energiebesparing bij het aansluiten op Wi-Fi, en controleer de informatie voor de Wi-Fi-verbinding.
[Energiebesparingsmodus]
[Menu] [Voorkeuren] [Netwerk] [Instellingen Wi-Fi] [Verbindingsinstellingen]
Bepaal of het apparaat regelmatig in de energiebesparingsstand moet worden gezet op basis van door de Wi-Fi-router verzonden signalen.
[Uit]
[Aan]
[Verbindingsinfo]
[Menu] [Voorkeuren] [Netwerk] [Instellingen Wi-Fi] [Verbindingsinstellingen]
Controleer gegevens zoals de beveiligingsinstellingen, maar ook het Wi-Fi-MAC-adres en andere verbindingsinformatie. Het MAC-adres en verbindingsinformatie van het Wi-Fi bekijken
[MAC-adres]
[Status Wi-Fi]
[Nieuwste foutgegevens]
[Frequentie]*1
[Kanaal]
[Netwerknaam]
[Beveiligingsinstellingen]
[Energiebesparingsmodus]
*1 Wordt mogelijk niet weergegeven, afhankelijk van het model en de instellingen.
EW37-081