[Faxinstellingen]

Configureer de instellingen voor het ontvangen van faxen.
* Waarden in rode tekst geven de standaardinstellingen voor elk item aan.
[ Inst./Registrern] [Functie-instellingen] [Ontvangen/Doorzenden] [Faxinstellingen]
De functie Foutcorrectiemodus (ECM) controleert op fouten die tijdens de beeldontvangst kunnen optreden en corrigeert deze, zodat er geen vervormde beelden worden ontvangen. Stel in of u de ECM-functie wilt gebruiken wanneer u een fax ontvangt.
Als ECM-ontvangst is ingeschakeld, controleert de functie op fouten aan de zendende en ontvangende kant tijdens de communicatie. Daarom moet de ECM-functie ook op het apparaat van de andere partij worden ingeschakeld.
Bij ECM-ontvangst kan de communicatie langer duren dan normaal, omdat de functie tijdens de communicatie op fouten controleert. Bovendien kunnen er, zelfs als ECM-ontvangst is ingeschakeld, soms fouten optreden als gevolg van de status van de telefoonlijn.
Schakel ECM-transmissie in als u het aantal fouten wilt verminderen wanneer de machine faxen verzendt. [ECM TX]
[Aan], [Uit]
[ Inst./Registrern]  [Functie-instellingen]  [Ontvangen/Doorzenden]  [Faxinstellingen]
Configureer de ontvangstmodus voor faxen. De machine instellen voor het verzenden en ontvangen van faxen
[Auto RX], [Fax/tel. (Auto. schak.)], [Antwoordapparaat], [Handmatige RX], [Netschakelaar]*1, [DRPD: Fax selecteren]*1
Wanneer [Fax/tel. (Auto. schak.)] is geselecteerd:
[Tijd tot bellen start]
0 tot 8*2 tot 30 sec.
[Belperiode]
15 tot 22*2 tot 300 sec.
[Actie nadat belperiode verstreken is]
[Communicatie beëindigen], [Ontvangen]
Wanneer [DRPD: Fax selecteren] is geselecteerd:
[Dubbele beltoon], [Kort-Kort-Lang], [Kort-Lang-Kort], [Ander type beltoon], [Normale beltoon]
*1 Afhankelijk van de regio is dit item mogelijk niet beschikbaar.
*2 Geeft items aan waarvan de standaardinstelling kan verschillen, afhankelijk van de regio.
[ Inst./Registrern]  [Functie-instellingen]  [Ontvangen/Doorzenden]  [Faxinstellingen]
Selecteer of u faxen wilt ontvangen door het opgegeven nummer (ID voor ontvangst op afstand) te bellen met behulp van de cijfertoetsen van een handset die op de machine is aangesloten. Faxen ontvangen via de handset (ontvangst op afstand)
Als u [Aan] selecteert, kunt u de ID voor ontvangst op afstand wijzigen in een nummer naar keuze.
[Aan], [Uit]
00 tot 25 tot 99 (Remote RX ID)
[ Inst./Registrern]  [Functie-instellingen]  [Ontvangen/Doorzenden]  [Faxinstellingen]
Wanneer u de handmatige ontvangstmodus voor faxen hebt geselecteerd, kunt u instellen of faxen automatisch moeten worden ontvangen nadat de toon voor binnenkomende fax een bepaalde tijd heeft geklonken.
Als u [Aan] selecteert, kunt u ook het aantal seconden instellen dat de machine de beltoon laat klinken voordat deze overschakelt naar automatische ontvangst.
[Aan], [Uit]
[Belduur tot aut. RX]
1 tot 15 tot 99 sec.
N.B.
Als de machine meerdere lijnen heeft, geldt deze instelling alleen voor Lijn 1 (de standaardlijn).
[ Inst./Registrern] [Functie-instellingen] [Ontvangen/Doorzenden] [Faxinstellingen]
Stel in of de machine automatisch fax RX-rapporten afdrukt. Rapporten automatisch afdrukken bij verzenden, ontvangen en wanneer er een fout optreedt
U kunt de instelling ook zo configureren dat de machine het rapport alleen automatisch afdrukt als er een ontvangstfout optreedt.
[Alleen bij fout], [Aan], [Uit]
[ Inst./Registrern] [Functie-instellingen] [Ontvangen/Doorzenden] [Faxinstellingen]
Stel in of de machine vertrouwelijke faxinbox RX-rapporten afdrukt. Rapporten automatisch afdrukken bij verzenden, ontvangen en wanneer er een fout optreedt
Als u [Aan] selecteert, wordt het rapport telkens afgedrukt wanneer een ontvangen fax is opgeslagen in een vertrouwelijke faxinbox.
[Aan], [Uit]
[ Inst./Registrern] [Functie-instellingen] [Ontvangen/Doorzenden] [Faxinstellingen]
Het kan even duren voordat de machine een fax ontvangt, bijvoorbeeld als er een slechte telefoonverbinding is. Als dit gebeurt, probeer dan de startsnelheid van de communicatie met één instelling tegelijk te verlagen.
[33600 bps], [14400 bps], [9600 bps], [7200 bps], [4800 bps], [2400 bps]
N.B.
Wanneer de bestemming of lijn vatbaar is voor fouten
Configureer deze instelling samen met de instelling voor [Autom. comm.snelheid aanpassen bij gebruik VoIP]. [Autom. comm.snelheid aanpassen bij gebruik VoIP]
[ Inst./Registrern] [Functie-instellingen] [Ontvangen/Doorzenden] [Faxinstellingen]
Stel een ITU-T-standaardwachtwoord in.
Het wachtwoord dat u instelt, wordt gebruikt voor de wachtwoordcontrole die wordt uitgevoerd wanneer de machine een fax ontvangt die is verzonden met de ITU-T-standaard.
In de volgende gevallen ontvangt de machine geen faxen:
Als het wachtwoord dat is ingesteld voor de fax niet overeenkomt met het wachtwoord dat u hier instelt
Als er geen wachtwoord is ingesteld voor de fax
Als er een subadres voor de fax is geconfigureerd, wordt prioriteit gegeven aan het wachtwoord van het subadres.
N.B.
ITU-T staat voor International Telecommunication Union - Telecommunication Standardization Sector.
F4EX-0R4