[Verificatie via toetsenbord]
Configureer de instellingen voor het inlogscherm en de authenticatiemethode wanneer u toetsenbordauthenticatie gebruikt.
* Waarden in rode tekst geven de standaardinstellingen voor elk item aan.
[

Inst./Registrern]

[Beheerinstellingen]

[Gebruikersbeheer]

[Authentificatiebeheer]

[Verificatie via toetsenbord]
Stel in of de aanmeldingsgeschiedenis van de vorige gebruiker op het aanmeldingsscherm voor toetsenbordauthenticatie moet worden weergegeven.
Selecteer [0] om de geschiedenis te verbergen.
Selecteer [1] om alleen de laatst aangemelde gebruiker in de geschiedenis weer te geven.
|
[0], [1], [Max. (max. aantal voor apparaat)]
|
[

Inst./Registrern]

[Beheerinstellingen]

[Gebruikersbeheer]

[Authentificatiebeheer]

[Verificatie via toetsenbord]
Stel in of gebruikers het wachtwoord op het aanmeldingsscherm voor toetsenbordverificatie mogen wijzigen. Als u [Aan] selecteert, kunnen gebruikers het wachtwoord wijzigen via [

] rechtsboven in het aanmeldingsscherm.
[

Inst./Registrern]

[Beheerinstellingen]

[Gebruikersbeheer]

[Authentificatiebeheer]

[Verificatie via toetsenbord]
Stel in of de numerieke toetsen gebruikt kunnen worden op het aanmeldingsscherm voor toetsenbordauthenticatie. Als u [Aan] selecteert, kunnen gebruikers alleen inloggen met de numerieke toetsen als de gebruikersnaam en het wachtwoord alleen uit getallen bestaan.
* Als de gebruikersnaam of het wachtwoord andere tekens dan cijfers bevat, voert u deze in met het toetsenbord dat op het scherm wordt weergegeven.
[

Inst./Registrern]

[Beheerinstellingen]

[Gebruikersbeheer]

[Authentificatiebeheer]

[Verificatie via toetsenbord]
Stel in of het gebruik van wachtwoorden die in het verleden zijn gebruikt (wachtwoorden die worden bewaard in de geschiedenis) moet worden beperkt om hergebruik van wachtwoorden te voorkomen.
Als u [Aan] selecteert, geeft u het aantal oude wachtwoorden op dat moet worden bewaard.
|
[Aan], [Uit]
[Aantal verboden laatst gebruikte wachtwoorden]
1 tot 24
|
[

Inst./Registrern]

[Beheerinstellingen]

[Gebruikersbeheer]

[Authentificatiebeheer]

[Verificatie via toetsenbord]
Stel in of u een periode wilt opgeven waarin het wijzigen van het wachtwoord verboden is.
Als u [Aan] selecteert, geeft u het aantal dagen op dat het wachtwoord niet gewijzigd mag worden.
|
[Aan], [Uit]
[Verbodsperiode]
1 tot 179 (dagen)
|
[

Inst./Registrern]

[Beheerinstellingen]

[Gebruikersbeheer]

[Authentificatiebeheer]

[Verificatie via toetsenbord]
Geef aan of u een indicator voor de wachtwoordsterkte wilt weergeven op het wachtwoordscherm dat verschijnt bij het registreren of bewerken van gebruikersgegevens.
Als [Aan] is geselecteerd, kan de wachtwoordsterkte worden ingesteld op een van vijf niveaus.
Als de wachtwoordsterkte is ingesteld op 1, zijn er geen beperkingen voor wachtwoordinstellingen.
Als de wachtwoordsterkte is ingesteld op 2 of hoger, kunt u geen wachtwoorden instellen op een lagere sterkte dan u hebt ingesteld.
Als het ingevoerde wachtwoord niet voldoet aan de minimale tekenlengte, wordt een foutbericht weergegeven.
[Min. lengte instellingen]
|
[Aan], [Uit]
[Vereist wachtwoordsterkte]
Niveau 1 tot 5
|