De afwerkingsfuncties configureren
U kunt de hieronder beschreven afwerkingsfuncties configureren.
Sorteerfuncties

Het gekopieerde papier wordt bij de uitvoer gesorteerd.
*Als u de glasplaat gebruikt, moet u de instelling Opdrachtsamentelling configureren om meerdere originelen samen te kopiëren en ze bij de uitvoer te sorteren.
Kopiëren van grote aantallen originelen (Opdrachtsamenstelling)
Soorten sorteerfuncties
Sorteren
Als u meerdere kopieën van een origineel met meerdere pagina's maakt, worden de uitvoerkopieën gesorteerd in sets met dezelfde paginavolgorde als het origineel.
Groep
Als u meerdere kopieën van een origineel met meerdere pagina's maakt, wordt het opgegeven aantal kopieën voor elke pagina van het origineel bij de uitvoer gegroepeerd.
Verschuiven
De uitvoerpositie wordt verschoven voor elke kopieerset of paginagroep.
Roteer 90 graden
Elke kopieerset of paginagroep wordt afwisselend in staande en liggende richting uitgevoerd.
Nietfunctie

Het gekopieerde papier wordt bij de uitvoer geniet.
*Let bij het gebruik van de nietfunctie goed op de richting van het geplaatste origineel en de instelling van de nietpositie.
Oriëntatie van een origineel dat moet worden geniet en instellen van de nietpositie (optie)
Soorten nietfuncties
Hoek
De hoek van elke kopieerset of paginagroep wordt geniet bij de uitvoer.
Dubbel
Elke kopieerset of paginagroep wordt bij uitvoer op twee plaatsen aan de rand van het papier geniet.
Zonder nietjes
De hoek van elke kopieerset of paginagroep wordt geplooid zonder gebruik te maken van nietjes bij de uitvoer.
Dit is handig wanneer u nietjes wilt bewaren of het papier tijdelijk wilt inbinden, omdat u de pagina's gemakkelijk uit elkaar kunt trekken door met uw vinger op het omgekrulde deel te drukken.
Ponsfunctie

Bij de uitvoer worden perforatiegaatjes voor archivering in het gekopieerde papier gemaakt.
* De beschikbare functies verschillen afhankelijk van de geïnstalleerde opties.
Opties met afwerkingsfuncties
* Sommige afwerkingsfuncties zijn mogelijk niet beschikbaar, afhankelijk van het papierformaat en het type papier.
Papier dat gebruikt kan worden met afwerkfuncties
1
Druk op het kopieerscherm op [Opties]

[Afwerken].
Kopieerscherm
Het scherm [Afwerken] wordt weergegeven.
2
Configureer de afwerkingsfuncties.
Sorteerfuncties gebruiken

1
Selecteer [Sorteren (Paginavolgorde)] of [Groeperen (Zelfde pagina's)].
2
Configureer indien nodig de instelling Offset of 90 graden draaien.
Bij gebruik van de Offset-functie
Druk op [Verschuiven] om dit te selecteren.
Als u in stap 1 [Sorteren (Paginavolgorde)] selecteert, voert u met de cijfertoetsen het aantal kopieën in waarmee de uitvoerpositie moet worden verschoven.
Bij gebruik van de functie 90 graden draaien
Druk op [Roteer 90 graden] om dit te selecteren.
De nietfunctie gebruiken

1
Selecteer [Nieten + Sorteren] of [Nieten + Groeperen] en druk op [Volgende].
Om elke set kopieën te nieten, selecteert u [Nieten + Sorteren].
Om elke groep pagina's te nieten, selecteert u [Nieten + Groeperen].
2
Selecteer het type nietfunctie.
3
Selecteer de nietpositie.
De ponsfunctie gebruiken

1
Druk op [Ponsen].
Het scherm [Ponsen] wordt weergegeven.
*Het scherm [Ponsen] wordt mogelijk niet weergegeven, afhankelijk van het type perforator. Ga in dit geval door naar Stap
3.
2
Selecteer het type [Ponsen].
3
Druk op [OK].
Het scherm [Afwerken] wordt opnieuw weergegeven.
Druk op [OK]

[Sluiten].
Het kopieerscherm verschijnt opnieuw.
BELANGRIJK
Als het papier opraakt tijdens het kopiëren met de nietinstelling
Plaats papier in de papierbron zonder het gekopieerde papier te verwijderen, voordat het geniet is. De machine gaat nieten wanneer het kopiëren is voltooid.
N.B.
Een opdrachtscheiding invoegen tussen een opgegeven aantal kopieën of tussen elke paginagroep
De procedure instellen voor wanneer nieten niet kan worden uitgevoerd