De machine beheren
Dit gedeelte beschrijft de beheerfuncties die nodig zijn om de machine te bedienen.
De datum, tijd en het scherm instellen
De datum en tijd instellen
Stel de datum en tijd in voor het apparaat. De datum- en tijdinstellingen worden gebruikt als referentie voor de functies die de datum- en tijdinformatie gebruiken en daarom moeten ze nauwkeurig worden ingesteld.
Het scherm beheren en instellen
U kunt de weergave- en bedieningsinstellingen van het scherm [Home] configureren en de instellingen configureren om veelgebruikte functies en instellingen snel op te roepen. U kunt ook meldingen aan gebruikers weergeven op de schermen van de machine.
De gebruiksstatus en instellingen van de machine controleren
De bedieningsstatus controleren en de instellingen wijzigen (Remote UI (UI op afstand))
U kunt een webbrowser op een computer gebruiken om de bedieningsstatus van de machine te controleren, de machine-instellingen te wijzigen en bestemmingen in het adresboek te registreren. U kunt de machine op afstand beheren. U kunt ook tijdrovende instellingen en registraties efficiënt uitvoeren op de computer.
De gebruiksstatus en instellingen controleren
U kunt het totale aantal pagina's dat op de machine is gebruikt en de optieconfiguratie controleren. Ook kunt u de communicatieresultaten, instellingen en andere rapporten en lijsten afdrukken en bekijken. U kunt ook e-mailmeldingen ontvangen als een tonercartridge moet worden vervangen of als er een probleem is dat moet worden opgelost, bijvoorbeeld vastgelopen papier.
De instellingen en gegevens beheren
Beheer en back-up van de instellingen en gegevens
U kunt de import- en exportfuncties gebruiken om een back-up te maken van het adresboek en andere instellingen of om dergelijke informatie te delen met andere multifunctionele machines van Canon.
De instellingen en gegevens initialiseren
Bij het vervangen of weggooien van de machine moet u alle instellingen en gegevens initialiseren. Door de machine te initialiseren voorkomt u toegang tot vertrouwelijke informatie en onbevoegd gebruik door derden. Sommige functies kunt u afzonderlijk initialiseren.
Firmware en systeemopties beheren
Firmware bijwerken
Als er functies worden toegevoegd of als de software wordt geüpgraded, is er een bijgewerkte versie van de firmware beschikbaar. De firmware op de machine bijwerken als er een firmware-update beschikbaar is.
Systeemopties en MEAP-toepassingen installeren
U kunt het aantal beschikbare functies uitbreiden en de prestaties van de machine verder verbeteren door systeemopties en MEAP-toepassingen te installeren.
Zie ook
De begininstellingen van het apparaat kiezen
Raadpleeg het volgende voor meer informatie over de instellingen die nodig zijn om de machine te bedienen, zoals de netwerkinstellingen en faxinstellingen:
Gebruikersbeheer en beveiligingsmaatregelen uitvoeren
Raadpleeg het volgende voor meer informatie over het beheren van de gebruikers van de machine en het nemen van maatregelen tegen veiligheidsrisico's: