
![]() |
Voordat de TPM-instelling wordt geactiveerd, moet een beheerder bevestigen dat het Administrator-wachtwoord is gewijzigd ten opzichte van de standaardinstelling. Als het wachtwoord niet is gewijzigd ten opzichte van de standaardinstelling, kunnen derden die niet de beheerder zijn back-ups maken, wat kan leiden tot het ontnemen van de TPM-back-upsleutel. Aangezien er slechts eenmaal een back-up kan worden gemaakt van de TPM-sleutel, zorgt dit dat de TPM-sleutel niet kan worden hersteld. Maak onmiddellijk een back-up van de TPM-sleutel op het USB-geheugen nadat de TPM-instelling is geactiveerd. Om beveiligingsredenen kunt u slechts eenmaal een back-up maken van de TPM-sleutel. Beheer het wachtwoord dat wordt ingesteld tijdens de back-up, zodat het niet wordt vergeten. De beveiliging die wordt geleverd door TPM garandeert geen volledige bescherming van de gegevens en hardware. Merk op dat Canon niet aansprakelijk is voor eventuele defecten of schade die voortvloeien uit het gebruik van deze modus. U hebt geen toegang tot de machine wanneer er gegevens worden geback-upt of hersteld in het USB-geheugen. Verwijder het USB-geheugen niet terwijl er gegevens worden geback-upt of hersteld. Als u dit wel doet, kan dit schade aan het USB-geheugen, de USB-poort of gegevens in het USB-geheugen veroorzaken. Als het USB-geheugen wordt verwijderd tijdens het herstellen, kan de machine bovendien worden beschadigd. Druk om het USB-geheugen te gebruiken op (Inst./Registrern) <Voorkeuren> <Externe interface> <USB-instellingen> stel <Gebruik MEAP-stuurpr. v USB-opslagapp.> in op <Uit>. |
(Inst./Registrern).
<Gegevensbeheer>
<TPM instellingen>.![]() |
Als de TPM-instelling is geactiveerd, kan het langer duren voordat de machine is opgestart. |
(Inst./Registrern).
<Gegevensbeheer>
<TPM instellingen>.
druk op <OK>.
druk op <OK>
<OK>.
druk op <OK>.![]() |
Zorg er voorafgaand aan het maken van een back-up voor dat schrijven is toegestaan voor het geheugenmedium dat is aangesloten op de machine. U kunt geen back-up maken van de TPM-sleutel in de volgende gevallen: Het wachtwoord is onjuist Het USB-geheugen is niet aangesloten Er zijn meerdere USB-geheugenapparaten aangesloten Er is niet genoeg vrije ruimte op het aangesloten USB-geheugen De TPM-sleutel bestaat niet op de machine Gebruik USB-geheugen dat voldoet aan de volgende voorwaarden: Niet ingesteld op alleen-lezen Niet gepartitioneerd Minder dan 60 GB capaciteit Niet versleuteld Voor het maken van een back-up van de TPM-sleutel wordt het aanbevolen om een USB-geheugen te gebruiken met 10 MB of meer vrije ruimte. Sluit geen andere geheugenmedia aan. De gegevens op de machine worden geback-upt op het USB-geheugen nadat het is versleuteld. U kunt de geback-upte gegevens niet beheren of doorbladeren op de computer. Zie Een USB-geheugenapparaat aansluiten voor informatie over het USB-geheugen dat kan worden gebruikt met de machine en hoe u dit gebruikt. |
(Inst./Registrern).
<Gegevensbeheer>
<TPM instellingen>.
druk op <OK>
<OK>.
druk op <OK>.
![]() |
Het herstellen van de TPM-sleutel herstelt de toegang tot het opslagapparaat/SRAM dat ontoegankelijk werd als gevolg van een TPM-chipdefect. Het herstelt niet de inhoud van het geheugen zelf. Als initialisatie is uitgevoerd volgens de stappen voor "Initialiseren van alle gegevens/instellingen", zijn alle gegevens die zijn versleuteld door de TPM-sleutel volledig gewist en wordt de TPM-instelling inactief. U kunt de TPM-sleutel niet herstellen in de volgende gevallen: Het USB-geheugen is niet aangesloten Er zijn meerdere USB-geheugenapparaten aangesloten Er bestaat geen TPM-sleutel in het USB-geheugen De TPM-sleutel in het USB-geheugen is onjuist Het wachtwoord dat werd ingesteld tijdens de back-up is niet ingevoerd |