Instellingen voor formaat en afdrukrichting

Stel het formaat en de afdrukrichting van het origineel in volgens het geplaatste origineel.

Het origineelformaat instellen

Wanneer een deel van het origineel met aangepast formaat of een deel van de afbeelding aan de rand van het origineel na het scannen ontbreekt, stelt u het formaat van het geplaatste origineel handmatig in.
1
Druk in het scanscherm op de knop voor het instellen van het origineelformaat. Scanscherm
Het scherm [Scanformaat] wordt weergegeven.
2
Selecteer het formaat van het te scannen origineel.
Afhankelijk van de instelling kan de plaats waar het origineel moet worden geplaatst, beperkt zijn tot de glasplaat of de invoer. Als het origineel op een andere locatie is geplaatst, plaatst u het op de vermelde locatie. Originelen plaatsen
Bij het plaatsen van een origineel met aangepast formaat
Voer het formaat (lengte van de zijden) in van het origineel dat u wilt instellen.
* U kunt de grootte niet instellen wanneer u gescande gegevens in een mailbox opslaat.
Wanneer u originelen met een speciaal formaat scant, zoals OFICIO
Druk op [Ander formaat] en selecteer het papierformaat.
3
Druk op [OK].
Het scanscherm verschijnt opnieuw.

De originele oriëntatie instellen

Stel de stand van het geplaatste origineel zo in dat de boven- en onderkant van de gescande gegevens correct worden weergegeven.
*U kunt de oriëntatie niet instellen wanneer u gescande gegevens opslaat in Mailbox.
1
Druk op [Opties]  [Oriëntatie inhoud org.]. Scanscherm
Het scherm [Oriëntatie inhoud org.] wordt weergegeven.
2
Selecteer [Boven aan verste rand] of [Boven aan zijrand] volgens het geplaatste origineel.
3
Druk op [OK]  [Sluiten].
Het scanscherm verschijnt opnieuw.
E6LC-076