De opties controleren die op de machine zijn aangesloten
U kunt de namen van de optionele apparaten die op de machine zijn aangesloten en de optionele functies controleren.
U kunt ook de versiegegevens van de firmware instellen.
1
Druk op de toets [Teller/Apparaatgegevens] op het bedieningspaneel.
Bedieningspaneel
Het scherm [Teller/Apparaatgegevens] wordt weergegeven.
2
Druk op [Apparaatgeg./Overige]

[Controleer app.config.].
Het scherm [Controleer app.config.] wordt weergegeven.
3
Controleer de optionele informatie en versie-informatie van de machine.
Sommige functies worden weergegeven als opties, ook al zijn ze standaard in de machine.